De overgang po naar vo in Amsterdam-oost

Amsterdam-oost, tussen Amstel en IJ

In Amsterdam-Oost werken stichting Staij, een samenwerkingsverband, zeven basisscholen en 11 VO-scholen samen om de overgang te versoepelen naar het VO. Stichting openbaar onderwijs Tussen Amstel en IJ (Staij) is onderdeel van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen (SWV). De stichting vormt het bestuur van alle openbare basisscholen in Amsterdam-Oost. Binnen dit speelveld wordt samengewerkt om de overgang van po naar vo te versoepelen.

Uitwisseling tussen po- en vo-leraren

  • Er is een coalitie gevormd tussen 11 VO en zeven PO-scholen om samen te werken aan de overstap PO-VO in Amsterdam-Oost.

  • De coalitie heeft een verbindingsplan opgesteld over optimaal adviseren, vaardigheden opdoen en de warme overdracht.

  • Kennissessies over deze thema’s beginnen met een spreker. Daarna gaan PO en VO in gesprek. Zo worden kennis en ervaring uitgewisseld. Er zijn geen plannen om pedagogische en didactische aanpakken te delen met elkaar.

  • Drie keer per jaar een nieuwsbrief over hoe de scholen in de coalitie samenwerken aan een betere verbinding tussen groep 8 en het vervolgonderwijs.

  • De coalitie ontwikkelt nu de lijst zelfredzaamheid: een document waar door ouders, school en leerling gezamenlijk gewerkt wordt aan zelfredzaamheidsdoelen. Er worden er twee lijsten getest, één voor PO en één voor VO. 

  • Scholenmarkt om de drempel naar de open dagen VO te verlagen, voor leerlingen, ouders, leerkrachten, docenten en andere professionals. Zowel basisscholen als enkele VO-scholen zijn erbij. Deze scholenmarkt is een initiatief van de familiescholen*.

  • Het plan ‘PO on tour’ is in de maak: iedere PO-school bezoekt twee VO-scholen om mee te kijken en met elkaar in gesprek te gaan.

  • Projectleider ziet kansen in het versterken van de samenwerking met ouders, bijvoorbeeld met interactieve ouderavonden, en door afstemming bij het ontwikkelen van vaardigheden.

Advisering en plaatsing

Bij de advisering kijkt men naar de afgelopen drie jaar in het leerlingvolgsysteem, naar het groeipotentieel van de leerling en ‘zachte’ kenmerken als leermotivatie, stimulans vanuit huis etc. Deze kenmerken zijn op basis van onderzoek geformuleerd. Het team bespreekt hoe zij de gegevens interpreteren en of de professionals zich bekwaam voelen om de leerling optimaal te laten leren, en of de leerling voldoende ontwikkeltijd heeft gehad om zijn/haar potentie te laten zien. Door het teamgesprek kan het advies anders uitvallen dan als de leerkracht het alleen zou hebben gegeven. De structuur en rolverdeling werkt prettig en alle kinderen worden op dezelfde manier besproken. Ook is er aandacht voor het taalgebruik: eerlijk, maar opbouwend. Staij adviseert kansrijk, blijkt uit de data.

Praktisch zou het zijn als het adviseringsproces gekoppeld wordt aan het elektronisch loket waar alle informatie voor het VO moet worden ingevoerd.

Staij draait nu samen met de UvA en twee andere besturen een pilot rond de adviesprocedure. De nieuwe procedure bestaat uit een serie vaste vragen over elke leerling. Eerst gaat de leerkracht zelf aan de slag en bij latere stappen worden de vragen in teamverband beantwoord. De rollen tijdens dit teamgesprek zijn duidelijk geformuleerd en vastgelegd (bijv. observant, notulist, voorzitter). Doel is om het advies beter te onderbouwen en alle kinderen gelijke kansen te geven.

Warme overdracht

De themagroep heeft een invulhulp gemaakt voor het elektronisch verhuisrapport van de leerling (onderwijskundig rapport), zodat het rapport beter ingevuld wordt. Er staat ook in of een leerling wel of niet warm dient te worden overgedragen. Dat kan ook worden gedaan met het verhalende stuk over de leerling, indien goed uitgevoerd. De informatie uit de warme overdracht komt nog niet altijd op de juiste plek terecht. Hier is winst te behalen.

Het samenwerkingsverband organiseert een online tafeltjesmiddag. Niet alle scholen zijn daar actief bij betrokken. De gesprekken worden wisselend ervaren. Dit zou nog beter georganiseerd kunnen worden.

Ouderbetrokkenheid

De scholenmarkt door de familiescholen bieden lesjes om kennis te maken met het middelbaar onderwijs en om ouders en kinderen te stimuleren naar de open dagen te gaan. Er is feedback opgehaald en dit wordt als prettig ervaren. Oudermateriaal wordt in meerdere talen ontwikkeld omdat taal een grote drempel kan zijn.

Het houden van interactieve ouderavonden is een wens: naast het geven van informatie wordt de reactie van ouders gevraagd via stellingen. Kinderen zijn er zelf ook bij: dit stimuleert het gesprek tussen ouders en kinderen over bijvoorbeeld hun toekomst. Dit vraagt wel een andere houding van de leerkrachten.

Loting in Amsterdam; PO on Tour

In Amsterdam moeten kinderen 12 scholen opgeven als ze HAVO/ VWO gaan doen, 6 voor VMBO/ HAVO en VMBO-gl-tl en 4 bij VMBO-b/k. Rond de 90% van de leerlingen wordt geplaatst in hun top 3. Deze dynamiek maakt de schoolkeuze heel lastig. Ouders en kinderen moet veel verschillende scholen bezoeken/ kennen. Voor kwetsbare ouders en kinderen werpt dit een drempel op: taal, afstand in de stad, digitale vaardigheden.

Door PO on Tour leren leerkrachten de VO-scholen kennen. Zo kunnen zij ouders beter ondersteunen. Leerkrachten kunnen ook met leerlingen naar open dagen: dat is een kans. Hoe leerkrachten ouders precies betrekken in de overstap verschilt per school.

* Familiescholen

Familiescholen bieden extra ondersteuning en voorzieningen binnen en buiten de school, die de ontwikkeling van leerlingen versterken. Door de integrale aanpak komen onderwijs, bestaanszekerheid, gezondheid en jeugdzorg samen. Familiescholen (PO) krijgen subsidie vanwege hun leerlingpopulatie en organiseren hierdoor meer op het gebied van ouderondersteuning, zoals mentorondersteuning, huiswerkbegeleiding etc. Er is hier ook een familieschoolcoördinator en een brugfunctionaris beschikbaar.

Volgende
Volgende

De overgang po naar vo in regio Noordoost-Groningen