De overgang po naar vo in regio Barneveld
Regio Barneveld: Samenwerking tussen twee VO-scholen en ruim 60 basisscholen
De regio rond Barneveld
In Barneveld werken twee vo-scholen samen aan een soepele overgang van po naar vo. Leerlingen in Barneveld stromen vrijwel allemaal door binnen Barneveld. Het JFC (2300 leerlingen) biedt mavo, havo en vwo en heeft een internationale schakelklas (ISK). School De Meerwaarde (1800 leerlingen) , biedt praktijkonderwijs en vmbo basis, kader en GT. Kinderen van 50 tot 60 basisscholen stromen in. Deze christelijke scholen zijn voor iedereen toegankelijk. Tussen deze scholen is directe samenwerking tussen de bestuurders, decanen en communicatie.
Uitwisseling tussen po- en vo-leraren
Jaarlijks eind oktober: netwerkbijeenkomst voor groep 8-leerkrachten en IB-ers over de onderwijskundige ontwikkelingen op beide scholen. En er zijn workshops: over het niveau- en plaatsingsadvies, over Engels, techniek, zorgstructuren, rekenen-wiskunde, NT2, gelijke kansen, dyslexie, doorstroomtoets.
Op verzoek gaan de brugdecanen (JFC) of mensen van de commissie voor toelating (De Meerwaarde) naar het po, bijvoorbeeld voor een ouderavond over de overstap.
Verschillende basisscholen organiseren een ‘vo-week’ waarin ze de werkwijze aanpassen alsof het vo is (lessen volgens een rooster, een te laat briefje en les van vo-docenten).
Het po komt in november naar het vo om de school te bekijken. De leerkrachten volgen een eigen programma zoals een rondleiding, een bezoek aan de ISK en bijvoorbeeld een workshop Engels, over het laten aansluiten van woordenschat en grammatica van po naar vo. Andersom gebeurt niet: het vo volgt geen onderwijs bij het po.
Het vo deelt op verzoek pedagogische en didactische aanpakken, andersom niet. Het vo wordt geraadpleegd als een nieuwe methode wordt aangeschaft, ongeveer twee keer per jaar.
Om de samenwerking te versterken is het bijwonen van een vo-les door een po-leerkracht bij het schoolbezoek een wens. Ook wil men de vo-competenties bespreken (voorbeeld: regio Helmond).
Advisering en plaatsing
Het vo stimuleert op regionaal niveau het advies- en plaatsingsproces van leerlingen door de workshop in oktober en met hetdocument ‘Analyse doorstroomtoetsadvies en schooladvies’ (zie documenten hieronder).
Jaarlijks stuurt het vo een overzicht naar het po van hun oud-leerlingen die dan voor het 2e jaar in het vo zitten, over het brugklasniveau van de leerlingen en het niveau in het 2e jaar (of doublure). Dit mag volgens de AVG. Hieruit volgt een analyse van zittenblijvers en doorstromers: vaak blijkt er al twijfel genoteerd in het dossier. Als in deze analyse basisscholen opvallen, communiceert het vo dit zonder de namen van de leerlingen. Zo proberen de vo-scholen een positieve critical friend te zijn.
Ouders en leerkrachten mogen bij twijfel contact opnemen, ook in de periode voor het advies. Er is een plaatsingswijzer waarin ouders kunnen zien welk advies je nodig hebt om in een bepaalde brugklas te komen.
Het JFC plaatst leerlingen op basis van het advies. Ouders mogen hun wens aangeven: willen ze lager bij een dubbeladvies, dan gaat JFC mee. Indien hoger gewenst wordt, dan niet, afhankelijk van het dossier. De school merkt de druk op kansrijk adviseren: 25% van de leerlingen krijgt te hoog advies. Hierover worden gesprekken gevoerd.
Bij de plaatsing wordt gewerkt met een document leerlingkenmerken (zie documenten). met informatie overgedrag, motivatie en diagnosen. Beide vo-scholen pakken dit zo aan.
De workshop in oktober en de analyse op schoolniveau helpen om het proces van advisering en plaatsing regelmatig te evalueren en bij te sturen.
Een sterk punt in het advies- en plaatsingsproces is de heldere informatie en werkwijze. Het plaatsingsschema voor ouders en leerkrachten is duidelijker, door het onderscheid tussen niveau-advies en plaatsing-advies en informatie over de verschillende typen brugklassen. Een verbeterpunt is de doorstroomtoets. De uitslag van de doorstroomtoets bepaalt in grote mate het definitieve advies, terwijl het hogere advies vaak niet realistisch is.
Warme overdracht
De warme overdracht is niet op regionaal niveau geregeld. Ook de twee vo-scholen verschillen in hun aanpak. Het JFC doet de warme overdracht telefonisch, vanuit de Meerwaarde gaat er iemand naar het po.
Het JFC stuurt beschikbare momenten, leerkrachten schrijven zich in. Elke leerling wordt in ieder geval benoemd en het niveau van plaatsing wordt dan gecheckt. Het leerlingkenmerkenformulier geeft al veel informatie. Alleen de leerlingen waar iets bijzonders mee aan de hand is worden uitgebreider besproken. De huidige procedure bevalt goed.
De brugdecanen maken een samenvatting van het dossier en van de warme overdracht voor de mentor in magister.
Ouderbetrokkenheid
De belangrijke data voor het voortgezet onderwijs die po-scholen en ouders moeten weten, worden gedeeld in een overzicht per schooljaar. Er is geen regionale samenwerking op het gebied van ouderbetrokkenheid. De twee scholen doen dit ieder apart.
Om ouders als gelijkwaardige partners te betrekken organiseert het JFC een ouderavond, er staat veel informatie voor ouders op de website en in een folder. Hierin staat, hoe het gaat in groep 8 met data, tijdstippen, en communicatie. Elk jaar wordt op basis van de vragen die ouders stellen de informatie verder verduidelijkt.
In de regio zijn geen initiatieven om ouders te ondersteunen bij het steunen van van hun kinderen bij de overgang. Er zijn wel kennismakingsactiviteiten voor kinderen: een lesjesmiddag, een ouderavond in november, drie middagen voor aankomende VWO-leerlingen, een open dag en er is heldere communicatie. In juni is er een ouderavond, dan biedt school mondelinge toelichting op alle informatie en er is ruimte voor vragen. Op de woensdag voor de zomervakantie ontmoeten de nieuwe leerlingen hun mentor en hun nieuwe klas. Dan krijgen ze de laatste informatie en planning.
Er is aandacht voor moeilijk te bereiken ouders, hier wordt vooral op (taal) gelet bij het ISK.