overgang po-vo, doorstroomtoets, toetsen Paula Harte-Lejk overgang po-vo, doorstroomtoets, toetsen Paula Harte-Lejk

Onderwijsraad: advies over hoeveelheid toetsen

In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.

In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.

Visualisatie van functies van toetsen. Bron: Onderwijsraad

Laat toetsen minder vaak meetellen voor toelating, overgang of diploma. Toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten vooral ten dienste staan van onderwijs en leren, zonder dat de resultaten grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. De raad adviseert de minister van OCW en scholen om oog te houden voor de verschillende functies van toetsing. Dat voorkomt een te hoge toetsdruk en biedt ruimte om toe te werken naar de nieuwe kerndoelen en eindtermen.

De Onderwijsraad signaleert dat verschillende functies van toetsing regelmatig door elkaar lopen. Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden bijvoorbeeld ook gebruikt om leerlingen te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Er gaat in de praktijk veel aandacht uit naar selectieve toetsen en meetbare onderwijsopbrengsten. Dat leidt tot veel druk bij leerlingen en beïnvloedt de inhoud van het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid en scholen om oog te houden voor alle drie de functies van toetsing en vermenging zoveel mogelijk te vermijden.

Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de verschillende functies die aan toetsing worden verbonden. Daardoor komen de afzonderlijke functies onvoldoende tot hun recht. Ook dreigt blikvernauwing op bepaalde doelen van onderwijs en ligt kansenongelijkheid op de loer, doordat selectiebeslissingen onvoldoende of verschillend worden onderbouwd. De Onderwijsraad roept dan ook op: bescherm de onderwijsleerfunctie van toetsen. Verhoog de kwaliteit van toetsen met een selectiefunctie. Benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.

Lees het hele advies via de Onderwijsraad.

Bron: NOS/Onderwijsraad

Meer lezen

Regionale verschillen in onderwijskansen

Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt.

Onderstaande samenvatting is gebaseerd op bevindingen uit het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs en bijbehorende technische rapporten:

Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt (Inspectie van het Onderwijs, 2026).

De inspectie signaleert structurele verschillen tussen regio's, met name tussen de Randstad en noordelijke, oostelijke en zuidelijke gebieden. In zeer sterk stedelijke gebieden zoals de Randstad worden schooladviezen na de doorstroomtoets in groep 8 vaker naar boven bijgesteld dan in andere delen van het land: in schooljaar 2023-2024 ging het gemiddeld om 88% van de adviezen die voor herziening in aanmerking kwamen, tegenover 68% in de niet tot weinig stedelijke gebieden (DUO, 2025c). In die laatste regio's komt het — ook na de invoering van de Wet doorstroomtoetsen po — vaker voor dat leerlingen wel in aanmerking komen voor bijstelling van het schooladvies maar dit toch niet gebeurt. Uit aanvullend onderzoek van de inspectie blijkt dat dit verschil ook blijft bestaan als rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken van de leerlingen, zoals het opleidingsniveau van de ouders, het huishoudinkomen en de migratieachtergrond. Aan de verschillen liggen mogelijk regionale (cultuur)verschillen ten grondslag (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).

Volgens de inspectie is er sprake van zowel onder- als overadvisering, afhankelijk van de regio. Die mechanismen versterken bestaande ongelijkheden, omdat ze niet vanzelf worden gecorrigeerd in het voortgezet onderwijs. Regionale verschillen in advisering werken door in de positie van leerlingen in leerjaar 3 van het vo: leerlingen in het noorden en oosten met bijvoorbeeld een vmbo-(g)t/havo toetsadvies zitten vaker op het vmbo-(g)t, terwijl leerlingen met hetzelfde toetsadvies in de Randstad vaker naar de havo gaan (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).

Ook in de verdere onderwijsloopbaan blijven verschillen zichtbaar. Leerlingen in de Randstad maken vaker gebruik van de mogelijkheid om te “stapelen” via havo en vwo. Zo stroomt in de Gooi- en Vechtstreek ruim 20% van de vmbo-(g)t-gediplomeerden door naar de havo, terwijl dit in sommige regio's in het noorden en oosten van het land minder dan 10% is (Inspectie van het Onderwijs, 2026o). De gevolgde route heeft uiteindelijk gevolgen op de arbeidsmarkt: afhankelijk van de mbo-opleiding en de eerdere schoolloopbaan verschillen het mediaan uurloon, het aandeel met een (voltijd)baan en de kans op een baan van minstens 12 uur per week (Inspectie van het Onderwijs, 2026I).

Opvallend is dat de inspectie benadrukt dat een hoger onderwijsniveau niet automatisch beter is. Het gaat volgens het rapport om passende plaatsing van talenten van alle leerlingen, niet om een hiërarchie van routes. Tegelijkertijd stelt de inspectie vast dat de maatschappelijke uitkomsten van die routes wel verschillen (Inspectie van het Onderwijs, 2026).

Naast deze regionale ongelijkheden signaleert het rapport bredere knelpunten in het onderwijs, zoals druk op de onderwijskwaliteit (Inspectie van het Onderwijs, 2026k), achterblijvende basisvaardigheden (Inspectie van het Onderwijs, 2026i) en hoge werkdruk bij schoolleiders en leraren (Inspectie van het Onderwijs, 2026m). Ook wordt gewezen op de invloed van sociale en digitale omgevingen op de veiligheid en ontwikkeling van leerlingen (Inspectie van het Onderwijs, 2026s).

De kernconclusie van de inspectie is dat deze patronen hardnekkig zijn en niet eenvoudig op te lossen, maar dat bewustwording van regionale verschillen een noodzakelijke eerste stap is richting meer gelijke kansen in het onderwijs.

Uit ‘Rapport De Staat van het Onderwijs 2026’. Download hier.

Geraadpleegde bronnen

DUO (2025c). Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2023-2024. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Inspectie van het Onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026i). Technisch rapport basisvaardigheden. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026k). Technisch rapport kwaliteit van het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026l). Technisch rapport onderwijsloopbanen. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026m). Technisch rapport onderwijsprofessionals. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026o). Technisch rapport regionale verschillen in het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.

Inspectie van het Onderwijs (2026s). Technisch rapport veiligheid. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs. 

Meer lezen

Themarapportage 2025 PO-Raad over de doorstroomtoets

Op de LEPOVO-leestafel: Sectorrapportage PO-Raad over de doorstroomtoets. Lees: ‘Een analyse van de advisering in groep 8 en de rol van de doorstroomtoets’.

De PO-Raad analyseert in deze themarapportage hoe schooladviezen en de doorstroomtoets samen het advies voor het voortgezet onderwijs bepalen en signaleert toenemende zorgen over betrouwbaarheid en kansengelijkheid. Uit de analyses blijkt dat de gekozen toetsaanbieder invloed heeft op het toetsadvies en dat sinds de invoering vaker meervoudige adviezen worden gegeven, met verplichte bijstelling naar boven bij hogere toetsuitslagen.

Kengetallen doorstroomtoets 2024-2025: 

  • In schooljaar 2024-2025 maakten 170.000 groep 8-leerlingen, op 6.315 schoolvestigingen de doorstroomtoets.

  • Er zijn zes verschillende toetsaanbieders.

  • De meeste leerlingen (88%) in het regulier basisonderwijs maakten de Leerling in Beeld-toets (LIB) of IEP-toets.

  • In het speciaal basisonderwijs maken de meeste leerlingen (54%) de ROUTE 8-toets. 

Lees verder bij de PO-Raad over de Sectorrapportage Doorstroomtoets 2025

Meer lezen

‘Wij zijn groot voorstander van één doorstroomtoets’ | PO-Raad

Op de LEPOVO-leestafel: Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Ze namen de proef op de som.

Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Hoewel de scholen hun adviezen blijven baseren op een breed beeld van de leerling, beïnvloeden de toetsresultaten wel het oordeel van de inspectie en lijken ze de verdeling van schooladviezen te sturen richting het middensegment. Daarom is BOOR een groot voorstander van zo snel mogelijk één centrale doorstroomtoets voor alle scholen.

Met 55 basisscholen binnen BOOR is het goed vergelijken. Bij de scholen van Stichting BOOR in de regio Rotterdam namen ze dit jaar de proef op de som, door allemaal de doorstroomtoets te kiezen van de aanbieder van het leerlingvolgsysteem. En wat blijkt? De resultaten van de verschillende aanbieders zijn, net als het jaar daarvoor verschillend. En misschien nog wel opvallender; ze sluiten ook niet altijd aan bij de verwachte resultaten vanuit het leerlingvolgsysteem. Een kwalijke zaak vindt Renata Voss, voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Boor. “Deze bevindingen geven een heel slecht gevoel, want wat zijn we dan eigenlijk aan het meten?”

Lees verder bij de PO-Raad

Meer lezen

Staatssecretaris: centrale doorstroomtoets in 2029, PO-Raad

Op de LEPOVO-leestafel: De PO-Raad volgde het Tweede Kamer-debat (december 2025) over het stelsel waar de doorstroomtoets onderdeel van is. De politiek maakte afspraken: liefst al in 2027 een eenduidige doorstroomtoets.

Op 11 december 2025 sprak de Tweede Kamer in een plenair debat over de doorstroomtoets. Kamerleden bogen zich over de vorm, functie en inhoud van de toets en over de inrichting van het stelsel.

De staatssecretaris stelt dat één centrale doorstroomtoets pas vanaf 2029 mogelijk is, omdat dit een stelselwijziging vereist waarvoor wetgeving en aanvullend onderzoek nodig zijn. Hoewel een Kamermeerderheid en het onderwijsveld aandringen op versnelling, blijven scholen daardoor nog jaren werken met meerdere toetsen. Tegelijk benadrukken Kamerleden en de PO-Raad dat het vroege selectiemoment in het onderwijs misschien een groter probleem is dan de toets zelf.

Op 16 december 2025 stemde een ruime Kamermeerderheid voor de motie van D66, SP, GroenLinks-PvdA, DENK en JA21 waarin de staatssecretaris wordt opgeroepen om alles op alles te zetten om al in 2027 naar één aanbieder van de doorstroomtoets te gaan.

Daarnaast stemde de Kamer in met een motie die oproept te onderzoeken hoe in het onderwijs meer aandacht kan worden besteed aan schrijfvaardigheid. Een motie om de bezuiniging op de subsidie voor brede brugklassen terug te draaien, kreeg geen meerderheid.

Lees verder bij de PO-Raad

Meer lezen

Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets

Op de leestafel: Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets | PO-Raad.

Basisschool De Schakel en Stichting VCO Harderwijk-Hierden ervaren dat de doorstroomtoets niet altijd goed aansluit op wat zij willen meten en daarom te veel gewicht krijgt. Waar ze in schooljaar 2023-2024 nog kozen voor een digitale afname van de doorstroomtoets, kozen ze er dit jaar voor om de doorstroomtoets op papier af te nemen. 
Kwaliteitsmedewerker Annebeth van Ede benadrukt dat toetsresultaten slechts een momentopname zijn en dat het oordeel van professionals, gebaseerd op jarenlange observatie van het kind, zwaarder zou moeten wegen. Toch hechten zowel vervolgonderwijs als ouders vaak veel waarde aan de toets, wat soms botst met het schooladvies.

Lees verder bij de PO-raad

Meer lezen

De doorstroomtoets als kind van de rekening (blog CvTE)

Blog door John van der Vegt, voorzitter College voor Toetsen en Examens

December was de maand dat de discussie over de doorstroomtoets weer oplaaide. Het resulteerde uiteindelijk in twee aangenomen moties in de Kamer.

Blog door John van der Vegt, voorzitter College voor Toetsen en Examens

December was de maand dat de discussie over de doorstroomtoets weer oplaaide. Het resulteerde uiteindelijk in twee aangenomen moties in de Kamer.

De eerste motie was die van D’66 kamerlid Rooderkerk om een verkenning te doen naar één doorstroomtoets. Ontraden door de staatssecretaris en, vanuit het “veld”, gesteund door een gelegenheidscoalitie van PO-Raad, Aob, CNV Onderwijs en AVS. Na één jaar doorstroomtoetsen gaan we een verkenning doen om dat systeem te wijzigen….. Een wetgevingstraject dat zijn beslag kreeg in 2022. Het kan verkeren. De PO-Raad sprak bij de internetconsultatie nog haar waardering uit voor de keuzevrijheid en zij vertrouwde het NOS-nieuws op 9 februari 2022 nog toe naar aanleiding van de wet: “Wij spraken ons veelvuldig uit als voorstander van groot onderhoud om te komen tot een kansrijk onderwijsstelsel”. Zij voeren het tempo van de Kamer nu nog wat op. Een tempo dat toenmalig staatssecretaris Dekker bij de discussie over de Citotoets op 6 februari 2014 op nu.nl deed verzuchten “Het is funest voor het onderwijs als de Tweede Kamer elke drie, vier jaar op zulke fundamentele wijze de koers wil bijstellen”. De Kamer en PO-Raad hebben hem inmiddels ingehaald. Zoals ik zei; het kan verkeren.

De tweede motie was van SGP kamerlid Stoffer en CU kamerlid Ceder en riep op om de doorstroomtoets door te ontwikkelen tot een instrument dat weer primair ten dienste staat aan de ontwikkeling van de leerling en de ondersteuning van de leerkracht. Ook deze kreeg brede steun (ook van de PO-Raad). Of je het daar nu eens of oneens mee bent, het raakt wel een wezenlijkere discussie, namelijk hoe we de doorstroomtoets gebruiken. 

Na werkzaam te zijn geweest in het primair-en voortgezet onderwijs, heb ik de laatste tien jaar in het mbo gewerkt (2013-2023) en de discussie over Citotoets, eindtoets, doorstroomtoets niet meer zo gevolgd. Wel herinner ik me nog in de jaren 2013-2014 de felle oppositie tegen de Citotoets als enige, sterk selectiegerichte toets. Ook overigens door mijzelf als lid van de PO-Raad. Wat nazoekwerk leverde me op dat in 2015 er ook ruimte is gegeven aan andere aanbieders. En die kwamen er. Als CvTE zijn we altijd aanbieder gebleven van de Centrale Eindtoets. Die hebben we in juni 2023, bij de start van de doorstroomtoetsen, feestelijk ten grave gedragen. Hopelijk niet al te diep gezien de eerste motie. Het kan immers verkeren.

Bij de toelating van de zes doorstroomtoetsen tot de markt en de kwaliteitsbewaking en normering hebben we als CvTE in mijn ogen erg goed werk geleverd. We hebben dat geëvalueerd en zijn daar transparant in via onze terugblik op het eerste jaar. Die bevat informatie over vragen die ook wij nog hebben na het eerste jaar, maar ontkracht ook wel veel snelle framing over grote verschillen en gebrekkige vergelijkbaarheid in de eerste dagen na de eerste ronde doorstroomtoetsen.

Wat mij betreft zouden we er zeker nog een aantal jaren mee door moeten gaan en de effecten goed volgen. Dat zeg ik niet cynisch of rancuneus. Als CvTE zijn we een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) dat een aantal opgedragen taken uitvoert. Of dat nu een politieke keuze voor één of meer toetsen is. Ik zeg het wel omdat het volgens mij om heel andere zaken gaat dan de doorstroomtoetsen zelf. Duikend in de historie kwam ik de bedenker van de Cito-toets en grondlegger van Cito weer tegen (De Groot) die zijn teleurstelling uitsprak dat die toets steeds meer als scherp selectie-instrument werd gebruikt. Een discussie van alle tijden.

Ik heb het idee dat het huidige systeem van de doorstroomtoetsen het kind van de rekening is omdat een aantal fundamentelere discussies niet of niet diepgaand gevoerd worden. In de eerste plaats de discussie over ons huidige onderwijssysteem met een vrij bepalende selectie op twaalfjarige leeftijd. In de tweede plaats in hoeverre je een goede balans kunt vinden tussen het advies van leerkracht/school en optimale kansengelijkheid. In de derde plaats de discussie dat individuele toetsen toch geen meetlat kunnen zijn voor een school als geheel. Het gaat om de individuele leerling. En daar zou je nog thema’s als de rol van ouders en de visie op toetsen van een school aan kunnen toevoegen.

Dat zijn vragen waar we als CvTE niet over gaan. Het lijkt me echter wel een betere tijdsbesteding dan via Citotoets, Centrale Eindtoets en doorstroomtoets nu twee jaar discussie te gaan voeren over welke nieuwe naam die ene toets nu moet krijgen als ware het oude wijn in nieuwe zakken.    

Het is in ieder geval mijn wens voor het nieuwe jaar om die discussies wel te voeren en natuurlijk bij het tweede jaar van de doorstroomtoetsen weer te leren hoe het beter kan.

Bron: website CTvE

Meer lezen