Themarapportage 2025 PO-Raad over de doorstroomtoets
Op de LEPOVO-leestafel: Sectorrapportage PO-Raad over de doorstroomtoets. Lees: ‘Een analyse van de advisering in groep 8 en de rol van de doorstroomtoets’.
De PO-Raad analyseert in deze themarapportage hoe schooladviezen en de doorstroomtoets samen het advies voor het voortgezet onderwijs bepalen en signaleert toenemende zorgen over betrouwbaarheid en kansengelijkheid. Uit de analyses blijkt dat de gekozen toetsaanbieder invloed heeft op het toetsadvies en dat sinds de invoering vaker meervoudige adviezen worden gegeven, met verplichte bijstelling naar boven bij hogere toetsuitslagen.
Kengetallen doorstroomtoets 2024-2025:
In schooljaar 2024-2025 maakten 170.000 groep 8-leerlingen, op 6.315 schoolvestigingen de doorstroomtoets.
Er zijn zes verschillende toetsaanbieders.
De meeste leerlingen (88%) in het regulier basisonderwijs maakten de Leerling in Beeld-toets (LIB) of IEP-toets.
In het speciaal basisonderwijs maken de meeste leerlingen (54%) de ROUTE 8-toets.
Lees verder bij de PO-Raad over de Sectorrapportage Doorstroomtoets 2025
Wij zijn groot voorstander van één doorstroomtoets | PO-Raad
Op de LEPOVO-leestafel: Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Ze namen de proef op de som.
Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Hoewel de scholen hun adviezen blijven baseren op een breed beeld van de leerling, beïnvloeden de toetsresultaten wel het oordeel van de inspectie en lijken ze de verdeling van schooladviezen te sturen richting het middensegment. Daarom is BOOR een groot voorstander van zo snel mogelijk één centrale doorstroomtoets voor alle scholen.
Met 55 basisscholen binnen BOOR is het goed vergelijken. Bij de scholen van Stichting BOOR in de regio Rotterdam namen ze dit jaar de proef op de som, door allemaal de doorstroomtoets te kiezen van de aanbieder van het leerlingvolgsysteem. En wat blijkt? De resultaten van de verschillende aanbieders zijn, net als het jaar daarvoor verschillend. En misschien nog wel opvallender; ze sluiten ook niet altijd aan bij de verwachte resultaten vanuit het leerlingvolgsysteem. Een kwalijke zaak vindt Renata Voss, voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Boor. “Deze bevindingen geven een heel slecht gevoel, want wat zijn we dan eigenlijk aan het meten?”
Staatssecretaris: centrale doorstroomtoets in 2029, PO-Raad
Op de LEPOVO-leestafel: De PO-Raad volgde het Tweede Kamer-debat (december 2025) over het stelsel waar de doorstroomtoets onderdeel van is. De politiek maakte afspraken: liefst al in 2027 een eenduidige doorstroomtoets.
Op 11 december 2025 sprak de Tweede Kamer in een plenair debat over de doorstroomtoets. Kamerleden bogen zich over de vorm, functie en inhoud van de toets en over de inrichting van het stelsel.
De staatssecretaris stelt dat één centrale doorstroomtoets pas vanaf 2029 mogelijk is, omdat dit een stelselwijziging vereist waarvoor wetgeving en aanvullend onderzoek nodig zijn. Hoewel een Kamermeerderheid en het onderwijsveld aandringen op versnelling, blijven scholen daardoor nog jaren werken met meerdere toetsen. Tegelijk benadrukken Kamerleden en de PO-Raad dat het vroege selectiemoment in het onderwijs misschien een groter probleem is dan de toets zelf.
Op 16 december 2025 stemde een ruime Kamermeerderheid voor de motie van D66, SP, GroenLinks-PvdA, DENK en JA21 waarin de staatssecretaris wordt opgeroepen om alles op alles te zetten om al in 2027 naar één aanbieder van de doorstroomtoets te gaan.
Daarnaast stemde de Kamer in met een motie die oproept te onderzoeken hoe in het onderwijs meer aandacht kan worden besteed aan schrijfvaardigheid. Een motie om de bezuiniging op de subsidie voor brede brugklassen terug te draaien, kreeg geen meerderheid.
Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets
Op de leestafel: Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets | PO-Raad.
Basisschool De Schakel en Stichting VCO Harderwijk-Hierden ervaren dat de doorstroomtoets niet altijd goed aansluit op wat zij willen meten en daarom te veel gewicht krijgt. Waar ze in schooljaar 2023-2024 nog kozen voor een digitale afname van de doorstroomtoets, kozen ze er dit jaar voor om de doorstroomtoets op papier af te nemen.
Kwaliteitsmedewerker Annebeth van Ede benadrukt dat toetsresultaten slechts een momentopname zijn en dat het oordeel van professionals, gebaseerd op jarenlange observatie van het kind, zwaarder zou moeten wegen. Toch hechten zowel vervolgonderwijs als ouders vaak veel waarde aan de toets, wat soms botst met het schooladvies.
De doorstroomtoets als kind van de rekening (blog CvTE)
Blog door John van der Vegt, voorzitter College voor Toetsen en Examens
December was de maand dat de discussie over de doorstroomtoets weer oplaaide. Het resulteerde uiteindelijk in twee aangenomen moties in de Kamer.
Blog door John van der Vegt, voorzitter College voor Toetsen en Examens
December was de maand dat de discussie over de doorstroomtoets weer oplaaide. Het resulteerde uiteindelijk in twee aangenomen moties in de Kamer.
De eerste motie was die van D’66 kamerlid Rooderkerk om een verkenning te doen naar één doorstroomtoets. Ontraden door de staatssecretaris en, vanuit het “veld”, gesteund door een gelegenheidscoalitie van PO-Raad, Aob, CNV Onderwijs en AVS. Na één jaar doorstroomtoetsen gaan we een verkenning doen om dat systeem te wijzigen….. Een wetgevingstraject dat zijn beslag kreeg in 2022. Het kan verkeren. De PO-Raad sprak bij de internetconsultatie nog haar waardering uit voor de keuzevrijheid en zij vertrouwde het NOS-nieuws op 9 februari 2022 nog toe naar aanleiding van de wet: “Wij spraken ons veelvuldig uit als voorstander van groot onderhoud om te komen tot een kansrijk onderwijsstelsel”. Zij voeren het tempo van de Kamer nu nog wat op. Een tempo dat toenmalig staatssecretaris Dekker bij de discussie over de Citotoets op 6 februari 2014 op nu.nl deed verzuchten “Het is funest voor het onderwijs als de Tweede Kamer elke drie, vier jaar op zulke fundamentele wijze de koers wil bijstellen”. De Kamer en PO-Raad hebben hem inmiddels ingehaald. Zoals ik zei; het kan verkeren.
De tweede motie was van SGP kamerlid Stoffer en CU kamerlid Ceder en riep op om de doorstroomtoets door te ontwikkelen tot een instrument dat weer primair ten dienste staat aan de ontwikkeling van de leerling en de ondersteuning van de leerkracht. Ook deze kreeg brede steun (ook van de PO-Raad). Of je het daar nu eens of oneens mee bent, het raakt wel een wezenlijkere discussie, namelijk hoe we de doorstroomtoets gebruiken.
Na werkzaam te zijn geweest in het primair-en voortgezet onderwijs, heb ik de laatste tien jaar in het mbo gewerkt (2013-2023) en de discussie over Citotoets, eindtoets, doorstroomtoets niet meer zo gevolgd. Wel herinner ik me nog in de jaren 2013-2014 de felle oppositie tegen de Citotoets als enige, sterk selectiegerichte toets. Ook overigens door mijzelf als lid van de PO-Raad. Wat nazoekwerk leverde me op dat in 2015 er ook ruimte is gegeven aan andere aanbieders. En die kwamen er. Als CvTE zijn we altijd aanbieder gebleven van de Centrale Eindtoets. Die hebben we in juni 2023, bij de start van de doorstroomtoetsen, feestelijk ten grave gedragen. Hopelijk niet al te diep gezien de eerste motie. Het kan immers verkeren.
Bij de toelating van de zes doorstroomtoetsen tot de markt en de kwaliteitsbewaking en normering hebben we als CvTE in mijn ogen erg goed werk geleverd. We hebben dat geëvalueerd en zijn daar transparant in via onze terugblik op het eerste jaar. Die bevat informatie over vragen die ook wij nog hebben na het eerste jaar, maar ontkracht ook wel veel snelle framing over grote verschillen en gebrekkige vergelijkbaarheid in de eerste dagen na de eerste ronde doorstroomtoetsen.
Wat mij betreft zouden we er zeker nog een aantal jaren mee door moeten gaan en de effecten goed volgen. Dat zeg ik niet cynisch of rancuneus. Als CvTE zijn we een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) dat een aantal opgedragen taken uitvoert. Of dat nu een politieke keuze voor één of meer toetsen is. Ik zeg het wel omdat het volgens mij om heel andere zaken gaat dan de doorstroomtoetsen zelf. Duikend in de historie kwam ik de bedenker van de Cito-toets en grondlegger van Cito weer tegen (De Groot) die zijn teleurstelling uitsprak dat die toets steeds meer als scherp selectie-instrument werd gebruikt. Een discussie van alle tijden.
Ik heb het idee dat het huidige systeem van de doorstroomtoetsen het kind van de rekening is omdat een aantal fundamentelere discussies niet of niet diepgaand gevoerd worden. In de eerste plaats de discussie over ons huidige onderwijssysteem met een vrij bepalende selectie op twaalfjarige leeftijd. In de tweede plaats in hoeverre je een goede balans kunt vinden tussen het advies van leerkracht/school en optimale kansengelijkheid. In de derde plaats de discussie dat individuele toetsen toch geen meetlat kunnen zijn voor een school als geheel. Het gaat om de individuele leerling. En daar zou je nog thema’s als de rol van ouders en de visie op toetsen van een school aan kunnen toevoegen.
Dat zijn vragen waar we als CvTE niet over gaan. Het lijkt me echter wel een betere tijdsbesteding dan via Citotoets, Centrale Eindtoets en doorstroomtoets nu twee jaar discussie te gaan voeren over welke nieuwe naam die ene toets nu moet krijgen als ware het oude wijn in nieuwe zakken.
Het is in ieder geval mijn wens voor het nieuwe jaar om die discussies wel te voeren en natuurlijk bij het tweede jaar van de doorstroomtoetsen weer te leren hoe het beter kan.
Bron: website CTvE