Oudercafé brengt school en ouders dichter bij elkaar
LEPOVO maakte eerder al kennis met de Groeiradar, ontwikkeld door o.a. onderwijskundige Marenka van Toor. Sindsdien zette zij een Oudercafé op voor Het Westeraam in Elst. Ze vertelt hierover bij de VO-Raad.
Initiatief bij Het Westeraam - artikel VO-Raad
LEPOVO maakte eerder al kennis met de Groeiradar, ontwikkeld door o.a. onderwijskundige Marenka van Toor. Sindsdien zette zij een Oudercafé op:
Het Westeraam in Elst werkt vanuit de overtuiging ‘We zijn een community. We zien jou en elkaar. We doen het samen’. Tot die gemeenschap behoren niet alleen leerlingen, medewerkers en stagebedrijven, maar ook ouders. Met kennismakingsgesprekken met nieuwe brugklassers en een oudercafé vóór de zomervakantie zet de school actief in op verbinding. ‘We realiseerden ons dat we als school de eerste stap moesten zetten.’
[…]
De manier waarop de school de relatie met ouders probeert te versterken past bij de visie op onderwijs: “Ook in de relatie met ouders kijken we nu naar wat er écht nodig is. Wat kunnen we beter doen? Vijf jaar geleden luisterden alle ouders tijdens ouderavonden in de aula naar een praatje van de directeur. Inmiddels hebben we direct contact, eerst via ouderavonden in de klas met de coach, en nu door kennismakingsgesprekken met alle ouders van nieuwe brugklassers en een oudercafé.”
Groeiradar
Het Westeraam maakt het leren zichtbaar, met een proces ter ondersteuning zodat de leerling zich gezien, uitgedaagd en ondersteund voelt in het nemen van regie op de eigen ontwikkeling. Speciaal voor leerlingen is een module voor een digitaal portfolio gebouwd, de SEN-app: om richting en sturing te kunnen geven. Om voortgang vast te leggen. Een van de onderdelen van de SEN-app is onze zelfbedachte en ontwikkelde GroeiRadar: een data gestuurde tool die voor elke leerling groei inzichtelijk maakt in één begrijpelijk overzicht voor leerlingen, docenten, coaches én ouders.
GKA verhalenbundel ‘Land vol kansen’
De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) heeft een bundel met ervaringen in heel Nederland uitgebracht: ‘Land vol kansen’. Uitgelicht: de ervaring van Midden-Groningen, ‘Soepele overstap van primair naar voortgezet onderwijs’. Lees de bundel ben bekijk de video uit Midden-Groningen.
De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) heeft een bundel met ervaringen in heel Nederland uitgebracht: ‘Land vol kansen’. Uitgelicht: de ervaring van Midden-Groningen, ‘Soepele overstap van primair naar voortgezet onderwijs’.
In Midden-Groningen werken gemeente en onderwijspartners hard samen om de overstap van primair naar voortgezet onderwijs kansrijker te maken. De regio kent relatief veel onderadvisering, er worden minder havo- en vwo-diploma’s uitgegeven, er zijn meer voortijdige schoolverlaters en er wordt relatief veel gebruik gemaakt van jeugdhulp. In de regio speelt daarnaast veel intergenerationele armoede en er zijn beperkte sociale netwerken. Daardoor is het lastiger om hulp te vragen en te krijgen.
Luister even naar de betrokkenen:
Lees de bundel hier. Het verhaal van Midden-Groningen klik je aan in de inhoudsopgave.
Staatscommissie gaat ook naar het selectiemoment kijken
Tijdens het commissiedebat Toetsen en examens (9 september 2026) kondigde staatssecretaris Tielen aan dat de staatscommissie die de dalende onderwijsresultaten gaat onderzoeken, ook het selectiemoment rond twaalf jaar in haar opdracht krijgt. Tot het advies er ligt, kiest het kabinet voor afwachten en beperkt het zich tot het stimuleren van brede brugklassen.
Tijdens het commissiedebat Toetsen en examens (9 september 2026) kondigde staatssecretaris Tielen aan dat de staatscommissie die de dalende onderwijsresultaten gaat onderzoeken, ook het selectiemoment rond twaalf jaar in haar opdracht krijgt. Tot het advies er ligt, kiest het kabinet voor afwachten en beperkt het zich tot het stimuleren van brede brugklassen.
Tielen noemde de discussie over later selecteren eerder ideologisch, maar kwam daar in het debat op terug. Ze deed twee toezeggingen: later selecteren komt expliciet in de opdracht aan de staatscommissie (naar de Kamer in het eerste kwartaal van 2027), en voor de kerst volgt een Kamerbrief over brede brugklassen met een concreet tijdpad.
De terugkeer naar één doorstroomtoets is bevestigd, maar eerder dan 2029 acht Tielen niet haalbaar vanwege de benodigde wetswijziging. Zij zegde toe dat de toets toegankelijk blijft voor leerlingen met een visuele of auditieve beperking, met behoud van een papieren versie.
De PO-Raad reageert kritisch op het afwachten: veel kinderen hebben meer tijd nodig om zich te ontwikkelen en intussen gaan kansen verloren. Kamerlid Moorman werkt ondertussen aan een initiatiefvoorstel voor later selecteren. Het selectiemoment wordt daarmee voor het eerst formeel onderdeel van een stelselbrede heroverweging, al volgen concrete stappen op zijn vroegst na het advies van de commissie.
Meer lezen: Staatscommissie gaat volgens Tielen naar selectiemoment kijken (Nationale Onderwijsgids)
Meer lezen: 'Later selecteren' opgenomen in opdracht staatscommissie onderwijs (VOO)
Onderwijsraad: advies over de relatie tussen ouders en scholen
De Onderwijsraad signaleert dat de relatie tussen ouders en scholen verhardt. Het aantal geschillen bij landelijke commissies neemt gestaag toe en een derde van de leerkrachten in het basisonderwijs ervaart werkstress door het contact met ouders; in het voortgezet onderwijs groeit dat aandeel. In het advies (10 september 2026) zoekt de raad de oorzaak niet bij individuele ouders of leerkrachten, maar bij beleid dat de verhouding tussen beide ongemerkt heeft veranderd.
De Onderwijsraad signaleert dat de relatie tussen ouders en scholen verhardt. Het aantal geschillen bij landelijke commissies neemt gestaag toe en een derde van de leerkrachten in het basisonderwijs ervaart werkstress door het contact met ouders; in het voortgezet onderwijs groeit dat aandeel. In het advies (10 september 2026) zoekt de raad de oorzaak niet bij individuele ouders of leerkrachten, maar bij beleid dat de verhouding tussen beide ongemerkt heeft veranderd.
Volgens de raad zijn ouders en scholen de afgelopen decennia steeds meer tegenover elkaar komen te staan als klant en aanbieder. Vrije schoolkeuze, vergelijkingssites zoals Scholen op de kaart en de nadruk op meetbare prestaties plaatsen ouders onbedoeld in een consumentenrol. Passend onderwijs (2014) heeft daarnaast onduidelijkheid opgeleverd over waar de ondersteuningsplicht van een school ophoudt, waardoor verwachtingen botsen. Schaalvergroting en professionalisering van besturen hebben ouders bovendien op afstand gezet van de school als gemeenschap.
De raad adviseert de minister om bij het maken en evalueren van wet- en regelgeving de gevolgen voor de relatie tussen ouders en scholen expliciet mee te wegen, en om de collectieve rol van ouders te versterken: als medezeggenschap en als onderdeel van de schoolgemeenschap, niet alleen als individuele belangenbehartiger van het eigen kind.
Het schooladvies in groep 8 wordt in de toelichting genoemd als een van de momenten waarop deze spanning zichtbaar wordt: ouders hebben vaak een niveau voor ogen, en als het advies daarvan afwijkt, ontstaat teleurstelling en soms conflict. Voor wie werkt aan een kansrijke overgang is de vraag van de raad dan ook direct relevant: hoe houd je ouders in de positie van partner, juist rond schooladvies, doorstroomtoets en bijstelling?
LEPOVO doet ook onderzoek hiernaar binnen de onderzoekslijn Creëren van rijke kansen in de overgang po-vo.
Meer lezen: Advies over relatie ouders en scholen (Onderwijsraad)
Meer lezen: Onderwijsraad ziet verharding van verhouding ouders en scholen (NOS)
Drie deskundigen over toetsing rond de overstap naar het vo
Op de LEPOVO leestafel: Hoe kijk jij aan tegen toetsing rond de overgang po-vo? Dit vroeg de PO-Raad aan René Kneyber (auteur, oud-kroonlid Onderwijsraad), Zeki Arslan (onderwijsdeskundige diversiteit) en Arthur Bakker (hoogleraar UvA).
In aanloop naar het commissiedebat Toetsen en examens van 9 september 2026 vroeg de PO-Raad drie deskundigen naar hun visie op toetsing rond de overgang po-vo: René Kneyber (auteur, oud-kroonlid Onderwijsraad), Zeki Arslan (onderwijsdeskundige diversiteit) en Arthur Bakker (hoogleraar UvA). Drie verschillende invalshoeken op dezelfde vraag: wat willen we eigenlijk met de toets?
René Kneyber: "Het mag best wat ongehoorzamer in de sector"
Kneyber pleit voor fundamentele keuzes rond de doorstroomtoets in plaats van bijsturen aan de randen. Hij schetst vier opties: de toets weer vrijwillig maken, terug naar één landelijke toets, de toets behouden maar niet meer gebruiken voor de beoordeling van scholen, of het selectiemoment uitstellen. Dat laatste heeft zijn voorkeur. Daarnaast roept hij scholen en besturen op minder te wachten op de overheid en zelf initiatief te nemen rond de overgang.
Meer lezen: René Kneyber over de doorstroomtoets (PO-Raad)
Zeki Arslan: "Verplichte bijstelling is een goede eerste stap, maar we zijn er nog niet"
Arslan wijst op een tegenstrijdigheid in het beleid: de overheid investeert in het wegwerken van achterstanden, terwijl vroege selectie juist de leerlingen benadeelt die meer ontwikkeltijd nodig hebben, zoals laatbloeiers en kinderen zonder steun thuis. De verplichte bijstelling is volgens hem een goede eerste stap, maar onvoldoende. Hij stelt een onafhankelijk informatiepunt voor waar ouders terechtkunnen bij twijfel over toetsuitslag, schooladvies of bezwaar, met gerichte informatie voor laaggeletterde ouders en ouders die het Nederlandse stelsel niet kennen.
Meer lezen: Zeki Arslan over de doorstroomtoets (PO-Raad)
Arthur Bakker: "Toetsing rond de overstap naar het vo vraagt om een gezamenlijke visie"
Bakker plaatst een methodologische kanttekening. Data over toetsing en schooladviezen krijgen pas betekenis als helder is wat precies wordt gemeten en met welk doel. Hij waarschuwt dat er te snel conclusies worden getrokken over kansengelijkheid zonder dat eerst is gedefinieerd wat daaronder wordt verstaan. Het onderwijs heeft volgens hem niet primair nieuwe meetinstrumenten nodig, maar een preciezere gezamenlijke visie op wat men met toetsing en doorstroom wil bereiken.
Meer lezen: Arthur Bakker over toetsing rond de overstap (PO-Raad)
Samen geven de drie interviews een goed beeld van de positiebepaling in het veld: fundamentele stelselkeuzes (Kneyber), het bereiken van ouders met minder stelselkennis (Arslan) en zorgvuldigheid bij het interpreteren van bijstellings- en volgdata (Bakker).
Meer lezen: Drie deskundigen over toetsing (PO-Raad) met links naar de drie visies
Rapport over Doorstroomtoets CvTE
HAN University of Applied Sciences heeft in opdracht van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) onderzoek gedaan naar hoe leerkrachten uit groep 8 data uit verschillende informatiebronnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies. Hierbij is ook gekeken naar de rol van de doorstroomtoets.
Martijn Peters, betrokken bij LEPOVO, deed samen met collega's van de HAN onderzoek in opdracht van het College voor Toetsen en Examens naar de vraag :op welke wijze wordt informatie over leerlingen door leerkrachten gebruikt bij het formuleren van het voorlopig en definitief schooladvies?
Het onderzoek onderstreept het belang van concretere kaders voor bijstelling in de gevallen dat er sprake is van een verschil tussen het schooladvies en de uitslag van de doorstroomtoets. Versterking van kennis en vaardigheden rond data-geïnformeerde besluitvorming en het omgaan met (ethische) dilemma’s is hierbij belangrijk. Daarnaast is ondersteuning voor scholen bij het doelgericht verzamelen en vastleggen van deze informatie, en om te onderzoeken hoe 'zachte' leerlingkenmerken op een betrouwbare en consistente manier meegewogen kunnen worden in besluitvorming aan te raden.
Rapportage doorstroomtoets 2026 PO-Raad: verschillen tussen kansen en toetsen blijven
Juist op scholen met relatief veel kinderen uit gezinnen met een hoge sociaal- economische status is het aandeel bijstellingen van het schooladvies na het maken van de doorstroomtoets het hoogst. Daarnaast zijn de verschillen tussen de verschillende toetsaanbieders afgenomen, maar nog niet verdwenen. Dit concludeert de PO-Raad in de jaarlijkse themarapportage over de doorstroomtoets.
Juist op scholen met relatief veel kinderen uit gezinnen met een hoge sociaal- economische status is het aandeel bijstellingen van het schooladvies na het maken van de doorstroomtoets het hoogst. Daarnaast zijn de verschillen tussen de verschillende toetsaanbieders afgenomen, maar nog niet verdwenen. Dit concludeert de PO-Raad in de jaarlijkse themarapportage over de doorstroomtoets.
Lees verder: https://www.poraad.nl/onderwijskwaliteit/overgang-po-vo/toetsing/rapportage-doorstroomtoets-2026-verschillen-tussen
Onderwijsraad: advies over hoeveelheid toetsen
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
Visualisatie van functies van toetsen. Bron: Onderwijsraad
Laat toetsen minder vaak meetellen voor toelating, overgang of diploma. Toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten vooral ten dienste staan van onderwijs en leren, zonder dat de resultaten grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. De raad adviseert de minister van OCW en scholen om oog te houden voor de verschillende functies van toetsing. Dat voorkomt een te hoge toetsdruk en biedt ruimte om toe te werken naar de nieuwe kerndoelen en eindtermen.
De Onderwijsraad signaleert dat verschillende functies van toetsing regelmatig door elkaar lopen. Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden bijvoorbeeld ook gebruikt om leerlingen te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Er gaat in de praktijk veel aandacht uit naar selectieve toetsen en meetbare onderwijsopbrengsten. Dat leidt tot veel druk bij leerlingen en beïnvloedt de inhoud van het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid en scholen om oog te houden voor alle drie de functies van toetsing en vermenging zoveel mogelijk te vermijden.
Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de verschillende functies die aan toetsing worden verbonden. Daardoor komen de afzonderlijke functies onvoldoende tot hun recht. Ook dreigt blikvernauwing op bepaalde doelen van onderwijs en ligt kansenongelijkheid op de loer, doordat selectiebeslissingen onvoldoende of verschillend worden onderbouwd. De Onderwijsraad roept dan ook op: bescherm de onderwijsleerfunctie van toetsen. Verhoog de kwaliteit van toetsen met een selectiefunctie. Benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.
Lees het hele advies via de Onderwijsraad.
Bron: NOS/Onderwijsraad