Oudercafé brengt school en ouders dichter bij elkaar
LEPOVO maakte eerder al kennis met de Groeiradar, ontwikkeld door o.a. onderwijskundige Marenka van Toor. Sindsdien zette zij een Oudercafé op voor Het Westeraam in Elst. Ze vertelt hierover bij de VO-Raad.
Initiatief bij Het Westeraam - artikel VO-Raad
LEPOVO maakte eerder al kennis met de GroeiRadar, ontwikkeld door o.a. onderwijskundige Marenka van Toor. Zij organiseerde samen met haar collega's ook een Oudercafé.
Het Westeraam in Elst werkt vanuit de overtuiging ‘We zijn een community. We zien jou en elkaar. We doen het samen’. Tot die gemeenschap behoren niet alleen leerlingen, medewerkers en stagebedrijven, maar ook ouders. Met kennismakingsgesprekken met nieuwe brugklassers en een oudercafé vóór de zomervakantie zet de school actief in op verbinding. ‘We realiseerden ons dat we als school de eerste stap moesten zetten.’
[…]
De manier waarop de school de relatie met ouders probeert te versterken past bij de visie op onderwijs: “Ook in de relatie met ouders kijken we nu naar wat er écht nodig is. Wat kunnen we beter doen? Vijf jaar geleden luisterden alle ouders tijdens ouderavonden in de aula naar een praatje van de directeur. Inmiddels hebben we direct contact, eerst via ouderavonden in de klas met de coach, en nu door kennismakingsgesprekken met alle ouders van nieuwe brugklassers en een oudercafé.”
Groeiradar
Het Westeraam maakt het leren zichtbaar, met een proces ter ondersteuning zodat de leerling zich gezien, uitgedaagd en ondersteund voelt in het nemen van regie op de eigen ontwikkeling. Speciaal voor leerlingen is een module voor een digitaal portfolio gebouwd, de SEN-app: om richting en sturing te kunnen geven. Om voortgang vast te leggen. Een van de onderdelen van de SEN-app is onze zelfbedachte en ontwikkelde GroeiRadar: een data gestuurde tool die voor elke leerling groei inzichtelijk maakt in één begrijpelijk overzicht voor leerlingen, docenten, coaches én ouders.
Toetsing in het PO: Referentiekaders, van beschrijvend kader naar normerende meetlat
Wij-leren.nl presenteert een serie over toetsing in het onderwijs. In deze artikelenserie wordt ingegaan op vragen die leven rondom toetsing in het basisonderwijs.
Karen Heij schrijft in deze editie over referentiekaders: wat zijn dat, welke niveaus onderscheiden ze, wat staat er concreet in waar wringt het in de praktijk?
Wij-leren.nl presenteert een serie over toetsing in het onderwijs. In deze artikelenserie wordt ingegaan op vragen die leven rondom toetsing in het basisonderwijs.
Karen Heij schrijft in deze editie over referentiekaders: wat zijn dat, welke niveaus onderscheiden ze, wat staat er concreet in waar wringt het in de praktijk?
GKA verhalenbundel ‘Land vol kansen’
De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) heeft een bundel met ervaringen in heel Nederland uitgebracht: ‘Land vol kansen’. Uitgelicht: de ervaring van Midden-Groningen, ‘Soepele overstap van primair naar voortgezet onderwijs’. Lees de bundel ben bekijk de video uit Midden-Groningen.
De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) heeft een bundel met ervaringen in heel Nederland uitgebracht: ‘Land vol kansen’. Uitgelicht: de ervaring van Midden-Groningen, ‘Soepele overstap van primair naar voortgezet onderwijs’.
In Midden-Groningen werken gemeente en onderwijspartners hard samen om de overstap van primair naar voortgezet onderwijs kansrijker te maken. De regio kent relatief veel onderadvisering, er worden minder havo- en vwo-diploma’s uitgegeven, er zijn meer voortijdige schoolverlaters en er wordt relatief veel gebruik gemaakt van jeugdhulp. In de regio speelt daarnaast veel intergenerationele armoede en er zijn beperkte sociale netwerken. Daardoor is het lastiger om hulp te vragen en te krijgen.
Luister even naar de betrokkenen:
Lees de bundel hier. Het verhaal van Midden-Groningen klik je aan in de inhoudsopgave.
Staatscommissie gaat ook naar het selectiemoment kijken
Tijdens het commissiedebat Toetsen en examens (9 september 2026) kondigde staatssecretaris Tielen aan dat de staatscommissie die de dalende onderwijsresultaten gaat onderzoeken, ook het selectiemoment rond twaalf jaar in haar opdracht krijgt. Tot het advies er ligt, kiest het kabinet voor afwachten en beperkt het zich tot het stimuleren van brede brugklassen.
Tijdens het commissiedebat Toetsen en examens (9 september 2026) kondigde staatssecretaris Tielen aan dat de staatscommissie die de dalende onderwijsresultaten gaat onderzoeken, ook het selectiemoment rond twaalf jaar in haar opdracht krijgt. Tot het advies er ligt, kiest het kabinet voor afwachten en beperkt het zich tot het stimuleren van brede brugklassen.
Tielen noemde de discussie over later selecteren eerder ideologisch, maar kwam daar in het debat op terug. Ze deed twee toezeggingen: later selecteren komt expliciet in de opdracht aan de staatscommissie (naar de Kamer in het eerste kwartaal van 2027), en voor de kerst volgt een Kamerbrief over brede brugklassen met een concreet tijdpad.
De terugkeer naar één doorstroomtoets is bevestigd, maar eerder dan 2029 acht Tielen niet haalbaar vanwege de benodigde wetswijziging. Zij zegde toe dat de toets toegankelijk blijft voor leerlingen met een visuele of auditieve beperking, met behoud van een papieren versie.
De PO-Raad reageert kritisch op het afwachten: veel kinderen hebben meer tijd nodig om zich te ontwikkelen en intussen gaan kansen verloren. Kamerlid Moorman werkt ondertussen aan een initiatiefvoorstel voor later selecteren. Het selectiemoment wordt daarmee voor het eerst formeel onderdeel van een stelselbrede heroverweging, al volgen concrete stappen op zijn vroegst na het advies van de commissie.
Meer lezen: Staatscommissie gaat volgens Tielen naar selectiemoment kijken (Nationale Onderwijsgids)
Meer lezen: 'Later selecteren' opgenomen in opdracht staatscommissie onderwijs (VOO)
Onderwijsraad: advies over de relatie tussen ouders en scholen
De Onderwijsraad signaleert dat de relatie tussen ouders en scholen verhardt. Het aantal geschillen bij landelijke commissies neemt gestaag toe en een derde van de leerkrachten in het basisonderwijs ervaart werkstress door het contact met ouders; in het voortgezet onderwijs groeit dat aandeel. In het advies (10 september 2026) zoekt de raad de oorzaak niet bij individuele ouders of leerkrachten, maar bij beleid dat de verhouding tussen beide ongemerkt heeft veranderd.
De Onderwijsraad signaleert dat de relatie tussen ouders en scholen verhardt. Het aantal geschillen bij landelijke commissies neemt gestaag toe en een derde van de leerkrachten in het basisonderwijs ervaart werkstress door het contact met ouders; in het voortgezet onderwijs groeit dat aandeel. In het advies (10 september 2026) zoekt de raad de oorzaak niet bij individuele ouders of leerkrachten, maar bij beleid dat de verhouding tussen beide ongemerkt heeft veranderd.
Volgens de raad zijn ouders en scholen de afgelopen decennia steeds meer tegenover elkaar komen te staan als klant en aanbieder. Vrije schoolkeuze, vergelijkingssites zoals Scholen op de kaart en de nadruk op meetbare prestaties plaatsen ouders onbedoeld in een consumentenrol. Passend onderwijs (2014) heeft daarnaast onduidelijkheid opgeleverd over waar de ondersteuningsplicht van een school ophoudt, waardoor verwachtingen botsen. Schaalvergroting en professionalisering van besturen hebben ouders bovendien op afstand gezet van de school als gemeenschap.
De raad adviseert de minister om bij het maken en evalueren van wet- en regelgeving de gevolgen voor de relatie tussen ouders en scholen expliciet mee te wegen, en om de collectieve rol van ouders te versterken: als medezeggenschap en als onderdeel van de schoolgemeenschap, niet alleen als individuele belangenbehartiger van het eigen kind.
Het schooladvies in groep 8 wordt in de toelichting genoemd als een van de momenten waarop deze spanning zichtbaar wordt: ouders hebben vaak een niveau voor ogen, en als het advies daarvan afwijkt, ontstaat teleurstelling en soms conflict. Voor wie werkt aan een kansrijke overgang is de vraag van de raad dan ook direct relevant: hoe houd je ouders in de positie van partner, juist rond schooladvies, doorstroomtoets en bijstelling?
LEPOVO doet ook onderzoek hiernaar binnen de onderzoekslijn Creëren van rijke kansen in de overgang po-vo.
Meer lezen: Advies over relatie ouders en scholen (Onderwijsraad)
Meer lezen: Onderwijsraad ziet verharding van verhouding ouders en scholen (NOS)
Drie deskundigen over toetsing rond de overstap naar het vo
Op de LEPOVO leestafel: Hoe kijk jij aan tegen toetsing rond de overgang po-vo? Dit vroeg de PO-Raad aan René Kneyber (auteur, oud-kroonlid Onderwijsraad), Zeki Arslan (onderwijsdeskundige diversiteit) en Arthur Bakker (hoogleraar UvA).
In aanloop naar het commissiedebat Toetsen en examens van 9 september 2026 vroeg de PO-Raad drie deskundigen naar hun visie op toetsing rond de overgang po-vo: René Kneyber (auteur, oud-kroonlid Onderwijsraad), Zeki Arslan (onderwijsdeskundige diversiteit) en Arthur Bakker (hoogleraar UvA). Drie verschillende invalshoeken op dezelfde vraag: wat willen we eigenlijk met de toets?
René Kneyber: "Het mag best wat ongehoorzamer in de sector"
Kneyber pleit voor fundamentele keuzes rond de doorstroomtoets in plaats van bijsturen aan de randen. Hij schetst vier opties: de toets weer vrijwillig maken, terug naar één landelijke toets, de toets behouden maar niet meer gebruiken voor de beoordeling van scholen, of het selectiemoment uitstellen. Dat laatste heeft zijn voorkeur. Daarnaast roept hij scholen en besturen op minder te wachten op de overheid en zelf initiatief te nemen rond de overgang.
Meer lezen: René Kneyber over de doorstroomtoets (PO-Raad)
Zeki Arslan: "Verplichte bijstelling is een goede eerste stap, maar we zijn er nog niet"
Arslan wijst op een tegenstrijdigheid in het beleid: de overheid investeert in het wegwerken van achterstanden, terwijl vroege selectie juist de leerlingen benadeelt die meer ontwikkeltijd nodig hebben, zoals laatbloeiers en kinderen zonder steun thuis. De verplichte bijstelling is volgens hem een goede eerste stap, maar onvoldoende. Hij stelt een onafhankelijk informatiepunt voor waar ouders terechtkunnen bij twijfel over toetsuitslag, schooladvies of bezwaar, met gerichte informatie voor laaggeletterde ouders en ouders die het Nederlandse stelsel niet kennen.
Meer lezen: Zeki Arslan over de doorstroomtoets (PO-Raad)
Arthur Bakker: "Toetsing rond de overstap naar het vo vraagt om een gezamenlijke visie"
Bakker plaatst een methodologische kanttekening. Data over toetsing en schooladviezen krijgen pas betekenis als helder is wat precies wordt gemeten en met welk doel. Hij waarschuwt dat er te snel conclusies worden getrokken over kansengelijkheid zonder dat eerst is gedefinieerd wat daaronder wordt verstaan. Het onderwijs heeft volgens hem niet primair nieuwe meetinstrumenten nodig, maar een preciezere gezamenlijke visie op wat men met toetsing en doorstroom wil bereiken.
Meer lezen: Arthur Bakker over toetsing rond de overstap (PO-Raad)
Samen geven de drie interviews een goed beeld van de positiebepaling in het veld: fundamentele stelselkeuzes (Kneyber), het bereiken van ouders met minder stelselkennis (Arslan) en zorgvuldigheid bij het interpreteren van bijstellings- en volgdata (Bakker).
Meer lezen: Drie deskundigen over toetsing (PO-Raad) met links naar de drie visies
Commissiedebat Toetsen en examens in de Tweede Kamer, september 2026
Kijk- en leestip: op 9 september 2026 debatteerde de vaste Kamercommissie OCW met staatssecretaris Tielen over toetsen en examens. De doorstroomtoets, de terugkeer naar één toetsaanbieder en het selectiemoment kwamen uitgebreid aan de orde.
Kijk- en leestip: op 9 september 2026 debatteerde de vaste Kamercommissie OCW met staatssecretaris Tielen over toetsen en examens. De doorstroomtoets, de terugkeer naar één toetsaanbieder en het selectiemoment kwamen uitgebreid aan de orde. Op de pagina van de Tweede Kamer staan de geagendeerde stukken; het verslag en de videoregistratie van het debat worden daar gepubliceerd. Voor wie de discussie over de overgang po-vo in de politiek wil volgen, is dit het centrale debat van dit najaar.
Meer lezen: Convocatie commissiedebat Toetsen en examens d.d. 9 september 2026 (Tweede Kamer)
De Overstap Tiel
Leestip via de Gelijke Kansen Alliantie: in de gemeente Tiel groeit een groep kinderen op die meer nodig heeft dan alleen een passend schooladvies. Sommige leerlingen groeien op in gezinnen waar laaggeletterdheid speelt, waar thuis weinig ondersteuning mogelijk is of waar school niet vanzelfsprekend centraal staat. Voor deze leerlingen kan de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs extra uitdagend zijn. Om deze overgang prettiger te laten verlopen, is De Overstap Tiel ontstaan.
Leestip via de Gelijke Kansen Alliantie: in de gemeente Tiel groeit een groep kinderen op die meer nodig heeft dan alleen een passend schooladvies. Sommige leerlingen groeien op in gezinnen waar laaggeletterdheid speelt, waar thuis weinig ondersteuning mogelijk is of waar school niet vanzelfsprekend centraal staat. Voor deze leerlingen kan de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs extra uitdagend zijn. Om deze overgang prettiger te laten verlopen, is De Overstap Tiel ontstaan.
Lees verder op de website van de Gelijke Kansen Alliantie
Rapport over Doorstroomtoets CvTE
HAN University of Applied Sciences heeft in opdracht van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) onderzoek gedaan naar hoe leerkrachten uit groep 8 data uit verschillende informatiebronnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies. Hierbij is ook gekeken naar de rol van de doorstroomtoets.
Martijn Peters, betrokken bij LEPOVO, deed samen met collega's van de HAN onderzoek in opdracht van het College voor Toetsen en Examens naar de vraag :op welke wijze wordt informatie over leerlingen door leerkrachten gebruikt bij het formuleren van het voorlopig en definitief schooladvies?
Het onderzoek onderstreept het belang van concretere kaders voor bijstelling in de gevallen dat er sprake is van een verschil tussen het schooladvies en de uitslag van de doorstroomtoets. Versterking van kennis en vaardigheden rond data-geïnformeerde besluitvorming en het omgaan met (ethische) dilemma’s is hierbij belangrijk. Daarnaast is ondersteuning voor scholen bij het doelgericht verzamelen en vastleggen van deze informatie, en om te onderzoeken hoe 'zachte' leerlingkenmerken op een betrouwbare en consistente manier meegewogen kunnen worden in besluitvorming aan te raden.
Rapportage doorstroomtoets 2026 PO-Raad: verschillen tussen kansen en toetsen blijven
Juist op scholen met relatief veel kinderen uit gezinnen met een hoge sociaal- economische status is het aandeel bijstellingen van het schooladvies na het maken van de doorstroomtoets het hoogst. Daarnaast zijn de verschillen tussen de verschillende toetsaanbieders afgenomen, maar nog niet verdwenen. Dit concludeert de PO-Raad in de jaarlijkse themarapportage over de doorstroomtoets.
Juist op scholen met relatief veel kinderen uit gezinnen met een hoge sociaal- economische status is het aandeel bijstellingen van het schooladvies na het maken van de doorstroomtoets het hoogst. Daarnaast zijn de verschillen tussen de verschillende toetsaanbieders afgenomen, maar nog niet verdwenen. Dit concludeert de PO-Raad in de jaarlijkse themarapportage over de doorstroomtoets.
Lees verder: https://www.poraad.nl/onderwijskwaliteit/overgang-po-vo/toetsing/rapportage-doorstroomtoets-2026-verschillen-tussen
Kennisrotonde: geobserveerd executief functioneren en het schooladvies
Een leerkracht vroeg aan de Kennisrotonde van het NKO of observaties van executief functioneren tot een beter onderbouwd schooladvies zouden kunnen leiden. De Kennisrotonde zocht uit wat uit onderzoek bekend is. De Kennisrotonde gaf antwoord.
Toetsresultaten (m.n. uit het leerlingvolgsysteem) vormen een zeer sterke voorspeller van het schooladvies. En dat schooladvies is een sterke voorspeller voor de verdere schoolloopbaan in het vo. Een goede onderbouwing ervan is dus van groot belang. Toetsresultaten zijn echter geen volledige voorspeller van het schooladvies. Een leerkracht vroeg aan de Kennisrotonde van het NKO of observaties van executief functioneren tot een beter onderbouwd schooladvies zouden kunnen leiden. De Kennisrotonde zocht uit wat uit onderzoek bekend is.
Leerlingen die sterker executief functioneren, presteren over het algemeen beter op school en zijn later vaker succesvol in hun schoolloopbaan. Toch is niet bekend of het meewegen van leerkrachtobservaties van executief functioneren leidt tot een beter onderbouwd schooladvies wanneer deze observaties afwijken van toetsresultaten. Wel laat onderzoek zien dat het schooladvies in de praktijk voornamelijk wordt gebaseerd op schoolprestaties. Observaties van executief functioneren geven wel een beeld van hoe leerlingen presteren op school. Maar het is onzeker of de executieve vaardigheden die prestaties daadwerkelijk beïnvloeden. Hierdoor blijft het onduidelijk hoe bruikbaar deze informatie is voor het schooladvies.
In het uitgebreide antwoord worden enkele onderzoeken op dit terrein besproken en staan alle geraadpleegde bronnen. Ook gaat het NKO in op de beleidsrichtlijnen voor schooladvies van het ministerie van OCW.
Lees meer: https://www.kennisrotonde.nl/vraag-en-antwoord/schooladvies-onderbouwen-met-observaties-en-toetsen
Promotie rond ongelijkheid in het onderwijs
Nina Hosseini onderzocht hoe pabo-studenten denken over de oorzaken van ongelijke kansen van leerlingen. Ze pleit ervoor in de opleiding meer aandacht te besteden aan de rol die leerkrachten hierbij kunnen spelen. Lees haar artikel in Didactief.
Nina Hosseini onderzocht hoe pabo-studenten denken over de oorzaken van ongelijke kansen van leerlingen. Ze pleit ervoor in de opleiding meer aandacht te besteden aan de rol die leerkrachten hierbij kunnen spelen.
Nina Hosseini is postdoctoraal onderzoeker bij het lectoraat Kansengelijkheid en lerarenopleider Kritisch Burgerschap en Social Justice. Ze verdedigde woensdag 24 juni 2026 haar proefschrift in een openbare bijeenkomst in de aula van de Universiteit van Amsterdam.
Lees meer bij Didactief: https://didactiefonline.nl/artikelen/pabo-studenten-kansenongelijkheid-individueel-probleem-2
laterselecteren.nu gelanceerd
Laterselecteren.nu is een initiatief dat gestart is door de Vereniging Openbaar Onderwijs.
VOO signaleerde dat het vraagstuk rond selectie al jaren vastloopt, ondanks de overweldigende hoeveelheid onderzoek en adviezen die allemaal zeggen: we doen het nu niet goed. Daarom zocht VOO de samenwerking op tussen verschillende onderwijsorganisaties, wetenschappers, schoolbesturen, docenten, onderwijsexperts en ouders.
Laterselecteren.nu is een initiatief dat gestart is door de Vereniging Openbaar Onderwijs.
VOO signaleerde dat het vraagstuk rond selectie al jaren vastloopt, ondanks de overweldigende hoeveelheid onderzoek en adviezen die allemaal zeggen: we doen het nu niet goed. Daarom zocht VOO de samenwerking op tussen verschillende onderwijsorganisaties, wetenschappers, schoolbesturen, docenten, onderwijsexperts en ouders.
De gedeelde zorg is dat er in het Nederlandse onderwijsstelsel te vroeg wordt geselecteerd. En dat dit de kansenongelijkheid bewezen vergroot. De feiten op de website laterselecteren.nu onderbouwen die zorg. En laten de omvangrijkheid ervan zien.
Met dit initiatief wordt beoogd om het gesprek over het het selectiesysteem binnen het Nederlandse onderwijs structureel op de kaart te zetten. En om het gesprek te gaan voeren over de mogelijkheden die ervoor zorgen dat toetsing en selectie de ontwikkeling van kinderen in de toekomst niet langer in de weg staan.
Volg de discussie via de website laterselecteren.nu.
Vernieuwd overzichtsartikel NKO over Differentiatie tussen klassen in het voortgezet onderwijs
Het Nederlandse voortgezet onderwijs selecteert leerlingen al vroeg naar niveau. Dit beïnvloedt prestaties, welzijn en kansen en roept de vraag op of later selecteren gelijke kansen bevordert.
De Radboud Universiteit actualiseerde de NKO-themapagina over differentiatie tussen klassen in het voortgezet onderwijs. Het nieuwe overzichtsartikel is hier te lezen.
Het Nederlandse voortgezet onderwijs selecteert leerlingen al vroeg naar niveau. Dit beïnvloedt prestaties, welzijn en kansen en roept de vraag op of later selecteren gelijke kansen bevordert.
Eddie Denessen en collega's van de Radboud Universiteit actualiseerden de NKO-themapagina over differentiatie tussen klassen in het voortgezet onderwijs. Het nieuwe overzichtsartikel is hier te lezen.
Onderwijsraad: advies over hoeveelheid toetsen
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
Visualisatie van functies van toetsen. Bron: Onderwijsraad
Laat toetsen minder vaak meetellen voor toelating, overgang of diploma. Toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten vooral ten dienste staan van onderwijs en leren, zonder dat de resultaten grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. De raad adviseert de minister van OCW en scholen om oog te houden voor de verschillende functies van toetsing. Dat voorkomt een te hoge toetsdruk en biedt ruimte om toe te werken naar de nieuwe kerndoelen en eindtermen.
De Onderwijsraad signaleert dat verschillende functies van toetsing regelmatig door elkaar lopen. Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden bijvoorbeeld ook gebruikt om leerlingen te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Er gaat in de praktijk veel aandacht uit naar selectieve toetsen en meetbare onderwijsopbrengsten. Dat leidt tot veel druk bij leerlingen en beïnvloedt de inhoud van het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid en scholen om oog te houden voor alle drie de functies van toetsing en vermenging zoveel mogelijk te vermijden.
Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de verschillende functies die aan toetsing worden verbonden. Daardoor komen de afzonderlijke functies onvoldoende tot hun recht. Ook dreigt blikvernauwing op bepaalde doelen van onderwijs en ligt kansenongelijkheid op de loer, doordat selectiebeslissingen onvoldoende of verschillend worden onderbouwd. De Onderwijsraad roept dan ook op: bescherm de onderwijsleerfunctie van toetsen. Verhoog de kwaliteit van toetsen met een selectiefunctie. Benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.
Lees het hele advies via de Onderwijsraad.
Bron: NOS/Onderwijsraad
Regionale verschillen in onderwijskansen
Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt.
Onderstaande samenvatting is gebaseerd op bevindingen uit het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs en bijbehorende technische rapporten:
Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt (Inspectie van het Onderwijs, 2026).
De inspectie signaleert structurele verschillen tussen regio's, met name tussen de Randstad en noordelijke, oostelijke en zuidelijke gebieden. In zeer sterk stedelijke gebieden zoals de Randstad worden schooladviezen na de doorstroomtoets in groep 8 vaker naar boven bijgesteld dan in andere delen van het land: in schooljaar 2023-2024 ging het gemiddeld om 88% van de adviezen die voor herziening in aanmerking kwamen, tegenover 68% in de niet tot weinig stedelijke gebieden (DUO, 2025c). In die laatste regio's komt het — ook na de invoering van de Wet doorstroomtoetsen po — vaker voor dat leerlingen wel in aanmerking komen voor bijstelling van het schooladvies maar dit toch niet gebeurt. Uit aanvullend onderzoek van de inspectie blijkt dat dit verschil ook blijft bestaan als rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken van de leerlingen, zoals het opleidingsniveau van de ouders, het huishoudinkomen en de migratieachtergrond. Aan de verschillen liggen mogelijk regionale (cultuur)verschillen ten grondslag (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).
Volgens de inspectie is er sprake van zowel onder- als overadvisering, afhankelijk van de regio. Die mechanismen versterken bestaande ongelijkheden, omdat ze niet vanzelf worden gecorrigeerd in het voortgezet onderwijs. Regionale verschillen in advisering werken door in de positie van leerlingen in leerjaar 3 van het vo: leerlingen in het noorden en oosten met bijvoorbeeld een vmbo-(g)t/havo toetsadvies zitten vaker op het vmbo-(g)t, terwijl leerlingen met hetzelfde toetsadvies in de Randstad vaker naar de havo gaan (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).
Ook in de verdere onderwijsloopbaan blijven verschillen zichtbaar. Leerlingen in de Randstad maken vaker gebruik van de mogelijkheid om te “stapelen” via havo en vwo. Zo stroomt in de Gooi- en Vechtstreek ruim 20% van de vmbo-(g)t-gediplomeerden door naar de havo, terwijl dit in sommige regio's in het noorden en oosten van het land minder dan 10% is (Inspectie van het Onderwijs, 2026o). De gevolgde route heeft uiteindelijk gevolgen op de arbeidsmarkt: afhankelijk van de mbo-opleiding en de eerdere schoolloopbaan verschillen het mediaan uurloon, het aandeel met een (voltijd)baan en de kans op een baan van minstens 12 uur per week (Inspectie van het Onderwijs, 2026I).
Opvallend is dat de inspectie benadrukt dat een hoger onderwijsniveau niet automatisch beter is. Het gaat volgens het rapport om passende plaatsing van talenten van alle leerlingen, niet om een hiërarchie van routes. Tegelijkertijd stelt de inspectie vast dat de maatschappelijke uitkomsten van die routes wel verschillen (Inspectie van het Onderwijs, 2026).
Naast deze regionale ongelijkheden signaleert het rapport bredere knelpunten in het onderwijs, zoals druk op de onderwijskwaliteit (Inspectie van het Onderwijs, 2026k), achterblijvende basisvaardigheden (Inspectie van het Onderwijs, 2026i) en hoge werkdruk bij schoolleiders en leraren (Inspectie van het Onderwijs, 2026m). Ook wordt gewezen op de invloed van sociale en digitale omgevingen op de veiligheid en ontwikkeling van leerlingen (Inspectie van het Onderwijs, 2026s).
De kernconclusie van de inspectie is dat deze patronen hardnekkig zijn en niet eenvoudig op te lossen, maar dat bewustwording van regionale verschillen een noodzakelijke eerste stap is richting meer gelijke kansen in het onderwijs.
Uit ‘Rapport De Staat van het Onderwijs 2026’. Download hier.
Geraadpleegde bronnen
DUO (2025c). Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2023-2024. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
Inspectie van het Onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026i). Technisch rapport basisvaardigheden. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026k). Technisch rapport kwaliteit van het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026l). Technisch rapport onderwijsloopbanen. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026m). Technisch rapport onderwijsprofessionals. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026o). Technisch rapport regionale verschillen in het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026s). Technisch rapport veiligheid. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Openbare les ‘Veerkracht en inclusie in onderwijs’
Op 13 maart 2026 gaf Sofie Sergeant aan de Hogeschool Utrecht een openbare les: ‘Veerkracht en inclusie in het onderwijs’ bij haar insallatie als bijzonder lector 'Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs' binnen het HU lectoraat Jeugd.
Op 13 maart 2026 gaf Sofie Sergeant aan de Hogeschool Utrecht een openbare les: ‘Veerkracht en inclusie in het onderwijs’. Tijdens deze bijeenkomst is Sofie officieel geïnstalleerd als bijzonder lector 'Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs' binnen het HU lectoraat Jeugd.
Bekijk de openbare les hier terug.
Lectorale rede '“Hoge verwachtingen ‘doen’: didactiek van hoge verwachtingen als hefboom voor gelijke kansen”
In haar lectorale rede opent Jarise Kaskens een nieuw hoofdstuk in het lectoraat Didactiek van hoge verwachtingen van Hogeschool Rotterdam: elke leerling verdient de kans om zijn of haar talenten volledig te ontwikkelen. Aandacht voor de didactiek van hoge verwachtingen is urgent en actueel.
Lectorale rede Jarise Kaskens, december 2025
Elke leerling verdient de kans om zijn of haar talenten volledig te ontwikkelen. Toch worden leerlingen nog te vaak geconfronteerd met lage verwachtingen. Daarom is aandacht voor de didactiek van hoge verwachtingen urgent en actueel. In deze lectorale rede opent Jarise Kaskens een nieuw hoofdstuk in het lectoraat Didactiek van hoge verwachtingen van Hogeschool Rotterdam. Hoge verwachtingen uitspreken is niet genoeg – het gaat om het doen: het zichtbaar maken in gedrag. Kaskens beschrijft hoe hoge verwachtingen ontstaan, hoe ze leerprestaties, motivatie en zelfvertrouwen beïnvloeden, en hoe onderwijs, onderzoek en professionalisering elkaar kunnen versterken in het bouwen aan een cultuur van hoge verwachtingen – van basisschool tot hoger onderwijs.
Pedro de Bruyckere: Curriculum zonder slogans
Blog Pedro de Bruyckere naar aanleiding van een overzicht van internationaal curriculumbeleid (Centre for Education Systems): ‘Wie écht iets wil veranderen aan curriculumkwaliteit en -gelijkheid, moet investeren in coherentie, ondersteuning en realistische verwachtingen van wat leraren kunnen dragen.’
Themarapportage 2025 PO-Raad over de doorstroomtoets
Op de LEPOVO-leestafel: Sectorrapportage PO-Raad over de doorstroomtoets. Lees: ‘Een analyse van de advisering in groep 8 en de rol van de doorstroomtoets’.
De PO-Raad analyseert in deze themarapportage hoe schooladviezen en de doorstroomtoets samen het advies voor het voortgezet onderwijs bepalen en signaleert toenemende zorgen over betrouwbaarheid en kansengelijkheid. Uit de analyses blijkt dat de gekozen toetsaanbieder invloed heeft op het toetsadvies en dat sinds de invoering vaker meervoudige adviezen worden gegeven, met verplichte bijstelling naar boven bij hogere toetsuitslagen.
Kengetallen doorstroomtoets 2024-2025:
In schooljaar 2024-2025 maakten 170.000 groep 8-leerlingen, op 6.315 schoolvestigingen de doorstroomtoets.
Er zijn zes verschillende toetsaanbieders.
De meeste leerlingen (88%) in het regulier basisonderwijs maakten de Leerling in Beeld-toets (LIB) of IEP-toets.
In het speciaal basisonderwijs maken de meeste leerlingen (54%) de ROUTE 8-toets.
Lees verder bij de PO-Raad over de Sectorrapportage Doorstroomtoets 2025