Onderwijsraad: advies over hoeveelheid toetsen
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
In het po en vo moet minder worden gekeken naar de uitkomsten van de toetsen die leerlingen maken, en meer naar de leerling zelf. Dat staat in het adviesrapport van de Onderwijsraad ‘Kijk anders naar toetsing’. Toetsen moeten minder leidend zijn bij rapporten, diploma's, toelating tot scholen of de overgang naar een volgend schooljaar.
Visualisatie van functies van toetsen. Bron: Onderwijsraad
Laat toetsen minder vaak meetellen voor toelating, overgang of diploma. Toetsen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten vooral ten dienste staan van onderwijs en leren, zonder dat de resultaten grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. De raad adviseert de minister van OCW en scholen om oog te houden voor de verschillende functies van toetsing. Dat voorkomt een te hoge toetsdruk en biedt ruimte om toe te werken naar de nieuwe kerndoelen en eindtermen.
De Onderwijsraad signaleert dat verschillende functies van toetsing regelmatig door elkaar lopen. Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden bijvoorbeeld ook gebruikt om leerlingen te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Er gaat in de praktijk veel aandacht uit naar selectieve toetsen en meetbare onderwijsopbrengsten. Dat leidt tot veel druk bij leerlingen en beïnvloedt de inhoud van het onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid en scholen om oog te houden voor alle drie de functies van toetsing en vermenging zoveel mogelijk te vermijden.
Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de verschillende functies die aan toetsing worden verbonden. Daardoor komen de afzonderlijke functies onvoldoende tot hun recht. Ook dreigt blikvernauwing op bepaalde doelen van onderwijs en ligt kansenongelijkheid op de loer, doordat selectiebeslissingen onvoldoende of verschillend worden onderbouwd. De Onderwijsraad roept dan ook op: bescherm de onderwijsleerfunctie van toetsen. Verhoog de kwaliteit van toetsen met een selectiefunctie. Benut toetsresultaten bij onderwijsevaluaties, maar plaats ze in perspectief van brede onderwijsdoelen.
Lees het hele advies via de Onderwijsraad.
Bron: NOS/Onderwijsraad
Regionale verschillen in onderwijskansen
Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt.
Onderstaande samenvatting is gebaseerd op bevindingen uit het rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs en bijbehorende technische rapporten:
Uit het recente rapport De Staat van het Onderwijs 2026 van de Inspectie van het Onderwijs blijkt opnieuw dat de kansen van leerlingen in Nederland niet overal gelijk zijn. Waar een kind opgroeit, heeft aantoonbaar invloed op de schoolloopbaan die het doorloopt – en daarmee uiteindelijk ook op de positie op de arbeidsmarkt (Inspectie van het Onderwijs, 2026).
De inspectie signaleert structurele verschillen tussen regio's, met name tussen de Randstad en noordelijke, oostelijke en zuidelijke gebieden. In zeer sterk stedelijke gebieden zoals de Randstad worden schooladviezen na de doorstroomtoets in groep 8 vaker naar boven bijgesteld dan in andere delen van het land: in schooljaar 2023-2024 ging het gemiddeld om 88% van de adviezen die voor herziening in aanmerking kwamen, tegenover 68% in de niet tot weinig stedelijke gebieden (DUO, 2025c). In die laatste regio's komt het — ook na de invoering van de Wet doorstroomtoetsen po — vaker voor dat leerlingen wel in aanmerking komen voor bijstelling van het schooladvies maar dit toch niet gebeurt. Uit aanvullend onderzoek van de inspectie blijkt dat dit verschil ook blijft bestaan als rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken van de leerlingen, zoals het opleidingsniveau van de ouders, het huishoudinkomen en de migratieachtergrond. Aan de verschillen liggen mogelijk regionale (cultuur)verschillen ten grondslag (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).
Volgens de inspectie is er sprake van zowel onder- als overadvisering, afhankelijk van de regio. Die mechanismen versterken bestaande ongelijkheden, omdat ze niet vanzelf worden gecorrigeerd in het voortgezet onderwijs. Regionale verschillen in advisering werken door in de positie van leerlingen in leerjaar 3 van het vo: leerlingen in het noorden en oosten met bijvoorbeeld een vmbo-(g)t/havo toetsadvies zitten vaker op het vmbo-(g)t, terwijl leerlingen met hetzelfde toetsadvies in de Randstad vaker naar de havo gaan (Inspectie van het Onderwijs, 2026o).
Ook in de verdere onderwijsloopbaan blijven verschillen zichtbaar. Leerlingen in de Randstad maken vaker gebruik van de mogelijkheid om te “stapelen” via havo en vwo. Zo stroomt in de Gooi- en Vechtstreek ruim 20% van de vmbo-(g)t-gediplomeerden door naar de havo, terwijl dit in sommige regio's in het noorden en oosten van het land minder dan 10% is (Inspectie van het Onderwijs, 2026o). De gevolgde route heeft uiteindelijk gevolgen op de arbeidsmarkt: afhankelijk van de mbo-opleiding en de eerdere schoolloopbaan verschillen het mediaan uurloon, het aandeel met een (voltijd)baan en de kans op een baan van minstens 12 uur per week (Inspectie van het Onderwijs, 2026I).
Opvallend is dat de inspectie benadrukt dat een hoger onderwijsniveau niet automatisch beter is. Het gaat volgens het rapport om passende plaatsing van talenten van alle leerlingen, niet om een hiërarchie van routes. Tegelijkertijd stelt de inspectie vast dat de maatschappelijke uitkomsten van die routes wel verschillen (Inspectie van het Onderwijs, 2026).
Naast deze regionale ongelijkheden signaleert het rapport bredere knelpunten in het onderwijs, zoals druk op de onderwijskwaliteit (Inspectie van het Onderwijs, 2026k), achterblijvende basisvaardigheden (Inspectie van het Onderwijs, 2026i) en hoge werkdruk bij schoolleiders en leraren (Inspectie van het Onderwijs, 2026m). Ook wordt gewezen op de invloed van sociale en digitale omgevingen op de veiligheid en ontwikkeling van leerlingen (Inspectie van het Onderwijs, 2026s).
De kernconclusie van de inspectie is dat deze patronen hardnekkig zijn en niet eenvoudig op te lossen, maar dat bewustwording van regionale verschillen een noodzakelijke eerste stap is richting meer gelijke kansen in het onderwijs.
Uit ‘Rapport De Staat van het Onderwijs 2026’. Download hier.
Geraadpleegde bronnen
DUO (2025c). Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2023-2024. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
Inspectie van het Onderwijs (2026). De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026i). Technisch rapport basisvaardigheden. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026k). Technisch rapport kwaliteit van het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026l). Technisch rapport onderwijsloopbanen. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026m). Technisch rapport onderwijsprofessionals. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026o). Technisch rapport regionale verschillen in het onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Inspectie van het Onderwijs (2026s). Technisch rapport veiligheid. De Staat van het Onderwijs 2026. Inspectie van het Onderwijs.
Openbare les ‘Veerkracht en inclusie in onderwijs’
Op 13 maart 2026 gaf Sofie Sergeant aan de Hogeschool Utrecht een openbare les: ‘Veerkracht en inclusie in het onderwijs’ bij haar insallatie als bijzonder lector 'Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs' binnen het HU lectoraat Jeugd.
Op 13 maart 2026 gaf Sofie Sergeant aan de Hogeschool Utrecht een openbare les: ‘Veerkracht en inclusie in het onderwijs’. Tijdens deze bijeenkomst is Sofie officieel geïnstalleerd als bijzonder lector 'Inclusie en Veerkracht in het Onderwijs' binnen het HU lectoraat Jeugd.
Bekijk de openbare les hier terug.
Lectorale rede '“Hoge verwachtingen ‘doen’: didactiek van hoge verwachtingen als hefboom voor gelijke kansen”
In haar lectorale rede opent Jarise Kaskens een nieuw hoofdstuk in het lectoraat Didactiek van hoge verwachtingen van Hogeschool Rotterdam: elke leerling verdient de kans om zijn of haar talenten volledig te ontwikkelen. Aandacht voor de didactiek van hoge verwachtingen is urgent en actueel.
Lectorale rede Jarise Kaskens, december 2025
Elke leerling verdient de kans om zijn of haar talenten volledig te ontwikkelen. Toch worden leerlingen nog te vaak geconfronteerd met lage verwachtingen. Daarom is aandacht voor de didactiek van hoge verwachtingen urgent en actueel. In deze lectorale rede opent Jarise Kaskens een nieuw hoofdstuk in het lectoraat Didactiek van hoge verwachtingen van Hogeschool Rotterdam. Hoge verwachtingen uitspreken is niet genoeg – het gaat om het doen: het zichtbaar maken in gedrag. Kaskens beschrijft hoe hoge verwachtingen ontstaan, hoe ze leerprestaties, motivatie en zelfvertrouwen beïnvloeden, en hoe onderwijs, onderzoek en professionalisering elkaar kunnen versterken in het bouwen aan een cultuur van hoge verwachtingen – van basisschool tot hoger onderwijs.
Pedro de Bruyckere: Curriculum zonder slogans
Blog Pedro de Bruyckere naar aanleiding van een overzicht van internationaal curriculumbeleid (Centre for Education Systems): ‘Wie écht iets wil veranderen aan curriculumkwaliteit en -gelijkheid, moet investeren in coherentie, ondersteuning en realistische verwachtingen van wat leraren kunnen dragen.’
Themarapportage 2025 PO-Raad over de doorstroomtoets
Op de LEPOVO-leestafel: Sectorrapportage PO-Raad over de doorstroomtoets. Lees: ‘Een analyse van de advisering in groep 8 en de rol van de doorstroomtoets’.
De PO-Raad analyseert in deze themarapportage hoe schooladviezen en de doorstroomtoets samen het advies voor het voortgezet onderwijs bepalen en signaleert toenemende zorgen over betrouwbaarheid en kansengelijkheid. Uit de analyses blijkt dat de gekozen toetsaanbieder invloed heeft op het toetsadvies en dat sinds de invoering vaker meervoudige adviezen worden gegeven, met verplichte bijstelling naar boven bij hogere toetsuitslagen.
Kengetallen doorstroomtoets 2024-2025:
In schooljaar 2024-2025 maakten 170.000 groep 8-leerlingen, op 6.315 schoolvestigingen de doorstroomtoets.
Er zijn zes verschillende toetsaanbieders.
De meeste leerlingen (88%) in het regulier basisonderwijs maakten de Leerling in Beeld-toets (LIB) of IEP-toets.
In het speciaal basisonderwijs maken de meeste leerlingen (54%) de ROUTE 8-toets.
Lees verder bij de PO-Raad over de Sectorrapportage Doorstroomtoets 2025
‘Wij zijn groot voorstander van één doorstroomtoets’ | PO-Raad
Op de LEPOVO-leestafel: Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Ze namen de proef op de som.
Stichting BOOR (Rotterdam) ziet grote en onverklaarbare verschillen tussen doorstroomtoetsen van verschillende aanbieders, die niet aansluiten bij het leerlingvolgsysteem en twijfels oproepen over de validiteit. Hoewel de scholen hun adviezen blijven baseren op een breed beeld van de leerling, beïnvloeden de toetsresultaten wel het oordeel van de inspectie en lijken ze de verdeling van schooladviezen te sturen richting het middensegment. Daarom is BOOR een groot voorstander van zo snel mogelijk één centrale doorstroomtoets voor alle scholen.
Met 55 basisscholen binnen BOOR is het goed vergelijken. Bij de scholen van Stichting BOOR in de regio Rotterdam namen ze dit jaar de proef op de som, door allemaal de doorstroomtoets te kiezen van de aanbieder van het leerlingvolgsysteem. En wat blijkt? De resultaten van de verschillende aanbieders zijn, net als het jaar daarvoor verschillend. En misschien nog wel opvallender; ze sluiten ook niet altijd aan bij de verwachte resultaten vanuit het leerlingvolgsysteem. Een kwalijke zaak vindt Renata Voss, voorzitter van het College van Bestuur van Stichting Boor. “Deze bevindingen geven een heel slecht gevoel, want wat zijn we dan eigenlijk aan het meten?”
Staatssecretaris: centrale doorstroomtoets in 2029, PO-Raad
Op de LEPOVO-leestafel: De PO-Raad volgde het Tweede Kamer-debat (december 2025) over het stelsel waar de doorstroomtoets onderdeel van is. De politiek maakte afspraken: liefst al in 2027 een eenduidige doorstroomtoets.
Op 11 december 2025 sprak de Tweede Kamer in een plenair debat over de doorstroomtoets. Kamerleden bogen zich over de vorm, functie en inhoud van de toets en over de inrichting van het stelsel.
De staatssecretaris stelt dat één centrale doorstroomtoets pas vanaf 2029 mogelijk is, omdat dit een stelselwijziging vereist waarvoor wetgeving en aanvullend onderzoek nodig zijn. Hoewel een Kamermeerderheid en het onderwijsveld aandringen op versnelling, blijven scholen daardoor nog jaren werken met meerdere toetsen. Tegelijk benadrukken Kamerleden en de PO-Raad dat het vroege selectiemoment in het onderwijs misschien een groter probleem is dan de toets zelf.
Op 16 december 2025 stemde een ruime Kamermeerderheid voor de motie van D66, SP, GroenLinks-PvdA, DENK en JA21 waarin de staatssecretaris wordt opgeroepen om alles op alles te zetten om al in 2027 naar één aanbieder van de doorstroomtoets te gaan.
Daarnaast stemde de Kamer in met een motie die oproept te onderzoeken hoe in het onderwijs meer aandacht kan worden besteed aan schrijfvaardigheid. Een motie om de bezuiniging op de subsidie voor brede brugklassen terug te draaien, kreeg geen meerderheid.
Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets
Op de leestafel: Te veel waarde gehecht aan de doorstroomtoets | PO-Raad.
Basisschool De Schakel en Stichting VCO Harderwijk-Hierden ervaren dat de doorstroomtoets niet altijd goed aansluit op wat zij willen meten en daarom te veel gewicht krijgt. Waar ze in schooljaar 2023-2024 nog kozen voor een digitale afname van de doorstroomtoets, kozen ze er dit jaar voor om de doorstroomtoets op papier af te nemen.
Kwaliteitsmedewerker Annebeth van Ede benadrukt dat toetsresultaten slechts een momentopname zijn en dat het oordeel van professionals, gebaseerd op jarenlange observatie van het kind, zwaarder zou moeten wegen. Toch hechten zowel vervolgonderwijs als ouders vaak veel waarde aan de toets, wat soms botst met het schooladvies.
Westeraam: Samen richting geven aan groei
De GroeiRadar, van VMBO-school Westeraam in Elst, laat in één oogopslag zien hoe een leerling zich ontwikkelt. Alle aanwezige data zoals cijfers, beoordelingen, referentieniveaus en informatie over executieve vaardigheden worden automatisch verzameld en weergegeven in een overzicht met kleuren. De kleuren geven twee jaar lang per periode weer of een leerling over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om het huidige niveau te vervolgen of bijvoorbeeld op een hoger of lager niveau te vervolgen.
Om niveaukeuze uit te kunnen stellen en bij te dragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid van leerlingen biedt VMBO-school Het Westeraam in Elst een tweejarige brede brugklas, vmbo breed. Hiermee worden leerlingen geholpen met hun zelfvertrouwen, zelfkennis, eigenwaarde én doet de school recht aan kansengelijkheid. Leerlingen krijgen de tijd, de ruimte en de kansen om zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Na deze twee jaar wordt samen bepaald wat het meeste passende niveau voor de leerling is om te gaan volgen in de bovenbouw.
Directeur Marieke Peppelman: “We hebben veel nagedacht over hoe we het leren zichtbaar maken en welk proces ter ondersteuning nodig is zodat de leerling zich gezien, uitgedaagd en ondersteund voelt in het nemen van regie op de eigen ontwikkeling. Speciaal voor onze leerlingen hebben we een module voor een digitaal portfolio laten bouwen, de SEN-app. Een app voor het voortgezet onderwijs van softwareontwikkelaar Inversable. Om richting en sturing te kunnen geven. Om voortgang vast te leggen. Een van de onderdelen van de SEN-app is onze zelfbedachte en ontwikkelde GroeiRadar: een data gestuurde tool die voor elke leerling groei inzichtelijk maakt in één begrijpelijk overzicht voor leerlingen, docenten, coaches én ouders.”
Frank Crooijmans, Adviseur Kwaliteit en Onderwijsontwikkeling, en onderwijskundige Marenka van Toor ontwikkelden en implementeerden de GroeiRadar. Ze deden dit in nauwe samenwerking met Inversable, dat ook het digitale portfolio bouwde.
Frank: “We wilden onze docenten een hulpmiddel geven dat helpt bij het bepalen waar ontwikkelingsvraagstukken liggen van hun leerlingen. Zo kunnen zij gedurende de twee jaar dat de leerlingen in de onderbouw zitten hen goed begeleiden en uitdagen. Aan het einde van de onderbouw helpt de tool om een goed advies te geven over het passende niveau waarop de leerling kansrijk kan vervolgen in de bovenbouw. Met als doel: succesvol een diploma behalen.
Marenka: “De GroeiRadar laat in één oogopslag zien hoe een leerling zich ontwikkelt. Alle aanwezige data zoals cijfers, beoordelingen, referentieniveaus en informatie over executieve vaardigheden worden automatisch verzameld en weergegeven in een overzicht met kleuren. De kleuren geven twee jaar lang per periode weer of een leerling over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om het huidige niveau te vervolgen of bijvoorbeeld op een hoger of lager niveau te vervolgen. Deze zelfde kleuren geven ook de referentieniveaus aan voor Nederlands, rekenen-wiskunde en Engels. Met betrekking tot de executieve vaardigheden geven ze aan: het gaat goed met mij, let op mij of let extra op mij. Vanuit het totaaloverzicht kun je doorklikken naar details per vak/onderdeel, niveau en periode. Heel handig, want leerlingen op het Westeraam kunnen per periode en per vak toetsen op een ander niveau maken.”
I.v.m. de privacy is dit een gefingeerde leerling
Frank en Marenka schreven ook een handleiding én gespreksleidraad voor coaches en docenten. De GroeiRadar is naast een tool dus ook een startpunt voor verdiepende gesprekken over ontwikkeling, interventies en keuzes.
Frank: “We hebben de GroeiRadar dit schooljaar gelanceerd en in gebruik genomen. We kijken ernaar uit te zien hoe collega’s en leerlingen aan de hand van de GroeiRadar samen reflecteren en handelen. We zijn benieuwd naar wat deze tool gaat bereiken rondom het stimuleren van intrinsieke motivatie bij leerlingen en regie op eigen leerproces.”
Late(re) selectie en kansengelijkheid, Anna M.T. Bosman
Op de leestafel: Longread van dr. Anna Bosman, geschreven voor het Onderwijscongres van GL-PvdA op 24 mei 2025.
Is latere selectie dé of in ieder geval een belangrijke oplossing voor de kansenongelijkheid in het Nederlands onderwijs? Professor Anna M.T. Bosman concludeert in deze longread: 'Zolang de kwaliteit van ons basis- en voortgezet onderwijs niet op orde is, zullen leerlingen uit achterstandsmilieus nooit een eerlijke kans krijgen, of je nou vroeg of laat selecteert. Overigens profiteren leerlingen uit hogere milieus net zo goed van kwalitatief goed onderwijs. Dus ga niet dweilen (later selecteren) met de kraan open, maar draai eerst die kraan dicht en ver beter de kwaliteit van het basis- en voortgezet onderwijs. Dan hoeven we ook niet meer te dweilen.'
Deze longread is geschreven voor het Onderwijscongres dat de Onderwijswerkgroep van GL-PvdA op 24 mei 2025 organiseerde in Zeist. Het doel van haar betoog is om te laten zien dat er aan het probleem van kansenongelijkheid een veel belangrijker probleem ten grondslag ligt dan het selectiemoment.
Oratie: Naar een opstand van het zittend personeel. Onderwijsverandering als een sociale beweging.
Oratie uitgesproken op 14 februari 2025 door prof. dr. Frank Cornelissen (UvA), CAOP-leerstoel Innovatie in het onderwijs.
‘Alleen opstaan vergt moed, samen opstaan vormt een beweging, met z’n allen opstaan creëert de toekomst’, is de quote waarmee de oratie opent.
Lees de hele oratie hier terug.
Oratie uitgesproken op 14 februari 2025 door prof. dr. Frank Cornelissen (UvA), CAOP-leerstoel Innovatie in het onderwijs.
‘Alleen opstaan vergt moed, samen opstaan vormt een beweging, met z’n allen opstaan creeert de toekomst’, is de quote waarmee de oratie opent.
Cornelissen: “Ooit verbaasde ik me als postdoc -onderzoeker dat de leraren die ik interviewde geen vrije toegang hadden tot onderwijsonderzoek. De oud-leraar in mij was verontwaardigd en kwam in opstand. Ik heb me indertijd hard gemaakt voor deze vrije toegang en gelukkig velen met mij. Ik ben verheugd dat leraren inmiddels gratis toegang hebben gekregen tot wetenschappelijke literatuur. Dit was een eerste principiële stap, maar er is meer nodig. In de afgelopen jaren is al op zoveel plaatsen nuttige kennis over onderwijsverandering ontwikkeld. Deze moet naar de schoolteams toe, zodat de kennis hen kan ondersteunen en inspireren. Ik wil me hiervoor inzetten.”
Lees de hele oratie hier terug. Of kijk en luister hem terug bij de Universiteit van Amsterdam!
Verkenning HAN ‘Naar een betere sociaal-economische positie’
Literatuurverkenning van de HAN naar kansengelijkheid in het Nederlandse onderwijs. Kansenongelijkheid in het onderwijs is een probleem met oorzaken en oplossingen op verschillende niveaus en bij verschillende actoren. Ook geeft dit document zicht op de diversiteit aan oorzaken en oplossingsrichtingen.
In deze verkenning beschrijft de HAN een literatuurstudie naar kansengelijkheid in het Nederlandse onderwijs:
“De voornaamste doelen van deze literatuurverkenning zijn om te verduidelijken dat kansenongelijkheid in het onderwijs een probleem is waarvan zowel de oorzaken als de oplossingen gevonden moeten worden op verschillende niveaus en bij verschillende actoren en om zicht te geven op de diversiteit aan oorzaken en oplossingsrichtingen, om onderzoekers inspiratie en aanknopingspunten te bieden voor het maken van een koppeling met bestaand onderzoek of voor het opstarten van nieuw onderzoek op het gebied van kansengelijkheid.
In het eerste hoofdstuk wordt nader ingegaan op het begrip kansen(on)gelijkheid, op de manieren waarop kansenongelijkheid in het onderwijs tot uiting komt, en op de omvang van dit probleem. In hoofdstuk 2 worden mogelijk verklarende factoren voor het ontstaan van kansenongelijkheid besproken. In hoofdstuk 3 worden meer en minder kansrijke interventies besproken voor het verbeteren van de kansengelijkheid. Na een samenvatting van de belangrijkste bevindingen in de conclusie, zal in de discussie een slotbeschouwing worden gegeven, gevolgd door een bespreking van enkele kanttekeningen bij deze literatuurverkenning en suggesties voor vervolgonderzoek.”
‘Kansengelijkheid’ thema bij TOPS: ‘Gelijke kansen en aandacht voor begaafdheid: een (on)verenigbaar ideaal?’
Het online Tijdschrift voor onderwijspraktijkstudies (TOPS) deelt artikelen rond diverse thema’s. Een ervan is kansengelijkheid. Lees er dit artikel: ‘Gelijke kansen en aandacht voor begaafdheid: een (on)verenigbaar ideaal?’
Het online Tijdschrift voor onderwijspraktijkstudies TOPS deelt artikelen rond diverse thema’s. Een ervan is kansengelijkheid. Je leest er bijvoorbeeld dit artikel ‘Gelijke kansen en aandacht voor begaafdheid: een (on)verenigbaar ideaal?’ door Marijke van Vijfeijken (Koning Willem I College), Linda van den Bergh (Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg) en Anouke Bakx (Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Radboud Universiteit).
Samenvatting
Leraren willen alle leerlingen optimale ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Dit is een complexe taak, gezien de grote diversiteit aan leerlingen. Zo kan het bieden van gelijke kansen aan alle leerlingen en voldoende aandacht voor begaafde leerlingen op gespannen voet met elkaar staan. Differentiatie kan hierin een uitkomst zijn, al leidt dit voor leraren regelmatig tot ethische differentiatiedilemma’s. Doel van dit onderzoek was meer inzicht krijgen in de mate waarin leraren, op scholen met verschillende visies op differentiatie, verschillen in hun opvattingen over differentiatiedilemma’s en hoe zij met deze dilemma’s omgaan. Hiertoe is een vergelijkende casestudie van twee scholen uitgevoerd. Beide scholen hadden een expliciete visie op differentiatie; school 1 (16 leraren) ging uit van divergente differentiatie, terwijl school 2 (25 leraren) uitging van convergente differentiatie. Met een vragenlijst zijn vier differentiatiedilemma’s bevraagd (het leeruitkomstendilemma, het ondersteuningsdilemma, het groeperingsdilemma en het begaafdheidsdilemma). De resultaten en de aansluiting hiervan bij de schoolvisie zijn verdiepend besproken met vier leraren per school. Op beide scholen werden de differentiatiedilemma’s herkend. Op school 2, met een meer heterogene leerlingpopulatie, ervaarden leraren de differentiatiedilemma’s in hogere mate dan op school 1. Het artikel besluit met adviezen voor de praktijk.
van Vijfeijken, M., van den Bergh, L. ., & Bakx, A. . (2024). Gelijke kansen en aandacht voor begaafdheid: een (on)verenigbaar ideaal?. Tijdschrift OnderwijsPraktijk Studies. https://doi.org/10.54657/TOPS.19205
Alle artikelen zijn te vinden via https://tijdschrifttops.nl/catalog/category/kansenongelijkheidinhetonderwijs.
‘Kansengelijkheid’ thema bij TOPS: introductie
Het online Tijdschrift voor onderwijspraktijkstudies (TOPS) deelt artikelen rond diverse thema’s. Een ervan is kansengelijkheid. Je leest er bijvoorbeeld deze introductie door Floris Burgers en Eddie Denessen: ‘Koersen op een complex ideaal: de kansketen als middel voor evenwichtiger schoolbeleid voor gelijke onderwijskansen.’
Het online Tijdschrift voor onderwijspraktijkstudies TOPS deelt artikelen rond diverse thema’s. Een ervan is kansengelijkheid. Je leest er bijvoorbeeld deze introductie door Floris Burgers en Eddie Denessen:
Koersen op een complex ideaal: de kansketen als middel voor evenwichtiger schoolbeleid voor gelijke onderwijskansen.
Samenvatting
Kansengelijkheid wordt verschillend gedefinieerd en is daardoor een complex ideaal voor scholen om beleidsmatig op te koersen. Werken aan een ideaal dat verschillend wordt gedefinieerd brengt uitdagingen met zich mee die de effectiviteit van maatregelen gericht op gelijke onderwijskansen kunnen ondermijnen. Dit paper heeft als doel scholen te ondersteuning bij het ontwikkelen van kansenbeleid in die complexe context. Om verschillende perspectieven op kansengelijkheid hanteerbaar te maken voor de onderwijspraktijk beginnen we met het maken van een onderscheid tussen twee kansengelijkheidsperspectieven: gelijke loopbaankansen en gelijke ontwikkelkansen. Vervolgens bespreken we hoe het naast elkaar bestaan van deze twee perspectieven op scholen kan leiden tot ambigue redeneerlijden in het gelijke-kansenbeleid en tot spanningen en weerstanden bij de implementatie van beleid. We eindigen het paper met het introduceren van de kansenketen als middel voor scholen om deze beleidsproblemen te voorkomen en te werken aan evenwichtiger en effectiever kansenbeleid.
Burgers, F., & Denessen, E. (2024). Koersen op een complex ideaal: de kansketen als middel voor evenwichtiger schoolbeleid voor gelijke onderwijskansen. Tijdschrift OnderwijsPraktijk Studies. https://doi.org/10.54657/TOPS.19606
Alle artikelen zijn te vinden via https://tijdschrifttops.nl/catalog/category/kansenongelijkheidinhetonderwijs.
Een zachte landing voor kinderen: over de overgang van KO-PO-VO
Het magazine Basisschoolmanagement.nl gaat dieper in op de overgangen tussen VVE/VE en kinderopvang naar het PO, en de overgang van PO naar VO.
Het magazine Basisschoolmanagement portretteert LEJK en LEPOVO naar aanleiding van het LEJK/LEPOVO-symposium op 14 november 2024.
Hoe zorg je voor een zo goed mogelijke overgang voor kinderen die van de peutergroep naar groep 1 gaan. Of van groep 8 naar de middelbare school? Een zachte landing voor kinderen was het onderwerp van het symposium ‘Overgangen: kwetsbaar of kansrijk?’. Met deelnemers uit de praktijk van onderwijs en opvang werd stilgestaan bij ervaringen rondom deze overgang, de inbedding in doorgaande lijnen en het theoretisch kader hierachter.
In de kennisdeelsessie van LEJK kwam de overgang van VVE/VE en kinderopvang naar basisonderwijs aan bod. Bij LEPOVO werd gesproken over de overgang naar het VO vanaf groep 8.
In het artikel wordt ook gelinkt naar het onderzoek dat LEPOVO uitvoert op de diverse onderzoekslijnen.
Ongelijkheid tussen leerlingen neemt toe tijdens basisschooltijd
Artikel uit ESB. De kwaliteit van het basisonderwijs staat onder druk, wat blijkt uit dalende leerprestaties en ongelijkheid tussen groepen leerlingen. Maar waar ontstaat de vaardigheidskloof tussen leerlingen met verschillende ouderlijke opleidingsniveaus?
In ESB (te verschijnen) staat het artikel ‘Ongelijkheid tussen leerlingen neemt toe tijdens basisschooltijd’, geschreven door Elke Claes, Inge de Wolf, Bart Golsteyn en Suzanne de Leeuw.
De kwaliteit van het basisonderwijs staat onder druk, wat blijkt uit dalende leerprestaties en ongelijkheid tussen groepen leerlingen. Maar waar ontstaat de vaardigheidskloof tussen leerlingen met verschillende ouderlijke opleidingsniveaus?
IN HET KORT
● Leerprestaties in lezen, spelling en rekenen verschillen sterk, afhankelijk van het opleidingsniveau van de ouders.
● De leerprestatiekloof in groep 8 is voor minstens de helft al in groep 4 aanwezig.
● Interventies om de ongelijke leerprestaties te verminderen kunnen zowel vóór als tijdens de basisschooltijd plaatsvinden.
gelijke-kansen.nl: De weg naar een betere meer kansrijke overgang van po naar vo
Vanuit het NRO-onderzoeksprogramma ‘Doorstroom in een kansrijk stelsel’ vindt onderzoek plaats naar kennishiaten: hoe effectief zijn veelbelovende aanpakken om de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs te verbeteren?
Kinderen met vergelijkbare cognitieve capaciteiten stromen op basis van hun sociale achtergrond nog altijd door naar verschillende onderwijsniveaus. Hoe effectief zijn veelbelovende aanpakken om de overgang van primair naar voortgezet onderwijs te verbeteren? Vanuit het NRO-onderzoeksprogramma ‘Doorstroom in een kansrijk stelsel’ doet senior onderzoeker Marjolein Muskens van KBA Nijmegen onderzoek naar de kennishiaten die hierin bestaan. Binnen dit onderzoeksprogramma starten zes leertrajecten waarin de onderwijspraktijk en wetenschappers samen kansrijke initiatieven implementeren en onderzoeken om de overgang van po naar vo te verbeteren.
Opinie: ‘Initiatieven om scholieren gelijke kansen te bieden staan onder grote druk – hoog tijd voor speciale coördinatoren’
Initiatieven om gelijke kansen op scholen te bevorderen staan onder grote druk, zien Jeroen Paul Nijmeijer en Floris Burgers. Hun oplossing: laat alle scholen hier een speciale coördinator voor aanstellen.
Op 7 april 2025 gepubliceerd in Het Parool.
Initiatieven om gelijke kansen op scholen te bevorderen staan onder grote druk, zien Jeroen Paul Nijmeijer en Floris Burgers. Hun oplossing: laat alle scholen hier een speciale coördinator voor aanstellen.
Jeroen Paul Nijmeijer is directeur van het Samenwerkingsverband Kansengelijkheid en Burgerschapsonderwijs (SKB), en Floris Burgers, postdoctoraal onderzoeker onderwijs en sociale ongelijkheid aan de Radboud Universiteit.
Podcast: De waarde van gezamenlijke verantwoordelijkheid
Podcast penta Nova: De waarde van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Recent kwam deze podcast uit in de serie van Penta Nova. Lector Patrick van Schaik, ook verbonden aan LEPOVO, werkte hieraan mee.
Recent kwam deze podcast uit in de serie van Penta Nova. Lector Patrick van Schaik, ook verbonden aan LEPOVO, werkte hieraan mee:
‘Hoe creëer je gezamenlijke verantwoordelijkheid voor goed onderwijs in je regio? Je kunt nooit ieder voor zich op de hoogte zijn van alle ontwikkelingen, dus heb je elkaar nodig', zo stelt lector Patrick van Schaik. Hij moedigt in zijn werk schoolleiders aan om buiten hun eigen grenzen te kijken, zoals in het bovenschools netwerk in Zeeland. In de podcast vertelt hij over de belangrijke waarde van gezamenlijke verantwoordelijkheid en hoe je daarnaar streeft door samen te leren.
Patrick van Schaik is lector Excellence and Innovation in Education aan de HZ University in Zeeland. Vanuit dit lectoraat doet hij ook onderzoek voor LEPOVO.